Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP2201

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
28-01-2011
Zaaknummer
10-3157 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Oplegging maatregel. Te late melding van de werkloosheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3157 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 mei 2010, 09/2041 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 26 januari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. D. van der Wal, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 januari 2011. Appellante en haar gemachtigde zijn niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. F.A. Steeman.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 28 januari 2009 heeft het Uwv aan appellante een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) toegekend met ingang van 1 december 2008. In datzelfde besluit heeft het Uwv aan appellante een maatregel opgelegd in de vorm van een waarschuwing om reden dat appellante haar werkloosheid 15 dagen te laat heeft gemeld.

1.2. Door mr. C.E. Kolthof, advocaat te Amsterdam, is namens appellante bezwaar gemaakt. Na toezending van de van belang zijnde stukken, is vervolgens op 15 april 2009 door het Uwv telefonisch contact opgenomen met de opvolgend gemachtigde en kantoorgenoot van mr. Kolthof, voornoemde mr. Van der Wal. Van dit telefoongesprek is een verslag opgemaakt dat zich onder de gedingstukken bevindt. Bij beslissing op bezwaar van 16 april 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv vastgesteld dat het bezwaar van appellante gericht is tegen de opgelegde waarschuwing. Daarbij is uitgelegd dat de te late melding van de werkloosheid tot oplegging van een maatregel in de vorm van korting op de uitkering had moeten leiden. Omdat in bezwaar niet ten nadele van appellante wordt teruggekomen is de maatregel in de vorm van een waarschuwing gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het Uwv op grond van het verslag van het telefoongesprek van 15 april 2009 terecht heeft vastgesteld dat het bezwaar beperkt was tot de waarschuwing. De rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat op grond van artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op de grondslag van het bezwaar een heroverweging van het primaire besluit dient plaats te vinden, waarbij dit artikel geen verplichting oplegt om niet aangevochten onderdelen van het primaire besluit te heroverwegen. Het Uwv heeft zich dan ook in het bestreden besluit kunnen beperken tot de opgelegde maatregel en van strijd met artikel 7:11 Awb werd door de rechtbank geen sprake geacht.

3. In hoger beroep heeft appellante haar eerdere beroepsgronden herhaald, die erop neerkomen dat het Uwv, in strijd met artikel 7:11 van de Awb, de heroverweging in bezwaar heeft beperkt tot de opgelegde maatregel.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of de rechtbank kan worden gevolgd in haar oordeel over het bestreden besluit. De Raad beantwoordt die vraag bevestigend en stelt zich achter hetgeen in de aangevallen uitspraak is overwogen.

4.2. In aanvulling daarop merkt de Raad op dat de gemachtigde van appellante nimmer heeft gesteld, in beroep noch in hoger beroep, dat het telefoonverslag van 15 april 2009 een onjuiste weergave zou zijn van wat op die dag door de medewerker bezwaar en de gemachtigde is besproken. De Raad kan niet anders dan vaststellen dat de gemachtigde, namens appellante, in dat gesprek de omvang van het bezwaar heeft beperkt tot de opgelegde maatregel.

4.3. Het voorgaande leidt ertoe dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad ziet geen aanleiding om het Uwv op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten van appellante.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2011.

(get.) M. Greebe.

(get.) M.D.F. de Moor.

NK