Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP2156

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-01-2011
Datum publicatie
27-01-2011
Zaaknummer
10-1488 ZVW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om compensatie van het eigen risico voor het jaar 2008. CAK heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat appellante in 2007 niet in een FKG is ingedeeld, omdat zij niet voldoet aan het vereiste van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Geen beroep op het vertrouwensbeginsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/1488 ZVW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante)

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 11 februari 2010, 09/356 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen:

appellante

en

het Centraal Administratiekantoor B.V. (hierna: CAK)

Datum uitspraak: 18 januari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.H. Bruin, werkzaam bij CNV, hoger beroep ingesteld.

CAK heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 7 december 2010, alwaar partijen met voorafgaand bericht niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante heeft op 10 december 2008 bij CAK een aanvraag ingediend om compensatie van het eigen risico voor het jaar 2008, als bedoeld in artikel 118a van de Zorgverzekeringswet (Zvw).

1.2. Bij besluit van 28 januari 2009 heeft CAK de aanvraag van appellante afgewezen. CAK heeft daartoe overwogen dat appellante niet voldoet aan de ingevolge de Zvw geldende voorwaarden om de compensatie eigen risico 2008 te ontvangen.

1.3. Bij besluit van 8 april 2009 heeft CAK het bezwaar van appellante tegen het besluit van 28 januari 2009 ongegrond verklaard. CAK heeft zich, voor zover hier van belang, op het standpunt gesteld dat als voorwaarde voor het in aanmerking komen van de compensatie eigen risico 2008 onder meer geldt dat de belanghebbende in verband met medicijngebruik is ingedeeld in een bij ministeriële regeling aangewezen farmaceutische kostengroep (hierna: FKG) in de twee jaren voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. CAK heeft verder overwogen dat bij de beoordeling van de aanvraag van betrokkene is uitgegaan van de juistheid van de namens de zorgverzekeraar van betrokkene door Vektis c.v. (hierna: Vektis) aangeleverde gegevens. Naar aanleiding van het bezwaar van appellante heeft CAK Vektis nogmaals gevraagd te controleren of appellante in zowel 2006 als in 2007 in een FKG is ingedeeld of ingedeeld zou moeten zijn. Vektis heeft daarop aangegeven dat appellante wel in 2006 en in 2007 niet in een FKG is ingedeeld. CAK heeft op grond van de reactie van Vektis vervolgens geconcludeerd dat appellante niet in aanmerking komt voor de compensatie eigen risico 2008 en de afwijzing van de onder 1.1 genoemde aanvraag gehandhaafd. CAK heeft afgezien van het houden van een hoorzitting, omdat het bezwaar van appellante kennelijk ongegrond is.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - met een bepaling omtrent het griffierecht - het beroep van appellante tegen het besluit van 8 april 2009 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft, voor zover hier van belang, vastgesteld dat aan appellante in 2007 360 stuks van het medicijn Beclometason (400 mcg), met daarin de werkzame stof Beclometason, zijn afgeleverd. Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat CAK op basis van deze gegevens het aantal in aanmerking te nemen standaarddagdoseringen bepaald heeft op exact 180. De rechtbank heeft geoordeeld dat CAK zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellante in 2007 niet in een FKG is ingedeeld, omdat zij niet voldoet aan het vereiste van meer dan 180 standaarddagdoseringen.

3.1. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank en CAK ten onrechte als voorwaarde voor de toekenning van de compensatie eigen risico 2008 zijn uitgegaan van het vereiste dat een belanghebbende in een FKG wordt ingedeeld, indien hij meer dan 180 standaarddagdoseringen heeft afgeleverd gekregen. Naar haar mening moet uit de memorie van toelichting - met betrekking tot de hier aan de orde zijnde wijziging van de Zorgverzekeringswet - worden afgeleid dat als voorwaarde voor indeling in een FKG heeft te gelden dat een belanghebbende minimaal 180 standaarddagdoseringen heeft afgeleverd gekregen. Voorts heeft appellante onder verwijzing naar uitspraken van de rechtbank Rotterdam zich op het standpunt gesteld dat de afwijzing van de compensatie eigen risico 2008 in strijd is met het vertrouwensbeginsel. Ter toelichting heeft zij er op gewezen dat zij voldoet aan de voorwaarden, die zijn opgenomen in de door CAK uitgegeven informatiefolder.

3.2. CAK heeft erop gewezen dat de wetgever als criterium voor het in aanmerking komen voor compensatie eigen risico 2008 gekozen heeft voor de aanduiding van personen die in de twee voorafgaande jaren zijn ingedeeld in een FKG. De FKG’s maken onderdeel uit van een op de wet berustend systeem van risicoverevening, dat in het leven is geroepen om zorgverzekeraars op wie een acceptatieplicht rust te compenseren voor het feit dat zij in hun portefeuille verzekerden met uiteenlopende gezondheidsrisico’s hebben. CAK heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de systematiek van de risicoverevening voortvloeit dat het aantal afgeleverde medicijnen en de declaratie daarvan leidend zijn. Anders dan het gebruik van medicijnen vormen zij namelijk een controleerbare factor bij de beheersing van zorgkosten. Ter toelichting heeft CAK gewezen op de door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport uitgegeven brochure ‘beschrijving van het risicovereveningssysteem van de Zorgverzekeringswet’ en op het bepaalde in de artikelen 3a.1 van het Besluit zorgverzekering en artikel 8.3 van de Regeling zorgverzekering en de titel van Tabel B4.2 van Bijlage 4 van de Regeling zorgverzekering, zoals deze luidt per 1 januari 2009, te weten: “Gewichten voor het criterium FKG’s (>180 standaard dagdoseringen per jaar, in euro’s per verzekerde)”. Naar de mening van CAK is uit de relevante wet- en regelgeving af te leiden dat bij het vaststellen van het recht op compensatie eigen risico bepalend is het criterium ‘afgeleverde hoeveelheid medicijnen’, waarbij bovendien voldaan moet zijn aan het vereiste van ‘meer dan 180 standaard dagdoseringen’.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad zal zich bij de beoordeling van het hoger beroep beperken tot de vraag of de rechtbank op goede gronden de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 8 april 2009 in stand heeft gelaten.

4.2. De Raad verwijst voor wat betreft het van toepassing zijnde wettelijke kader naar zijn uitspraak van 19 oktober 2010, LJN BN9985.

4.3. De Raad leidt uit het onder 4.2 bedoelde samenstel van wettelijke bepalingen af dat voor de beoordeling van het recht op compensatie eigen risico 2008 bepalend is of een verzekerde in de twee opvolgende jaren voorafgaande aan het jaar waarop de uitkering betrekking heeft is ingedeeld in bij ministeriële regeling aangewezen FKG’s dan wel op

1 juli van het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, zonder onderbreking meer dan een half jaar in een AWBZ-instelling heeft verbleven. Daarbij heeft te gelden dat een verzekerde in een bepaald jaar in een FKG dient te worden ingedeeld, indien aan hem in dat jaar meer dan 180 standaarddagdoseringen van een relevant geneesmiddel zijn afgeleverd. De Raad verwijst ook hiervoor naar zijn uitspraak van 19 oktober 2010, LJN BN9985. In deze uitspraak heeft de Raad ter toelichting op dit oordeel onder meer gewezen op de nota van toelichting bij het Besluit Zorgverzekering (van 28 juni 2005, Stb. 2005, 389, p.53).

4.4. Wat betreft het door appellante gedane beroep op het vertrouwensbeginsel is de Raad van oordeel dat dit beroep niet slaagt. De Raad verwijst ook hiervoor naar zijn uitspraak van 9 november 2010, LJN BO3791.

4.5. Hetgeen onder 4.3 en 4.4 is overwogen brengt mee dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema als voorzitter, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2011.

(get.) H.C.P. Venema.

(get.) R.L.G. Boot.

NK