Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP1910

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-01-2011
Datum publicatie
25-01-2011
Zaaknummer
09-6146 IVA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling IVA-dagloon is geschied in overeenstemming met het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6146 IVA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Apellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 9 oktober 2009, 09/89 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 21 januari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. B.E. Crone, werkzaam bij Stichting Achmea Rechtsbijstand te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 december 2010. Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. M.K. Dekker.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellante tegen het besluit van 16 december 2008, waarbij het Uwv - beslissend op bezwaar - heeft gehandhaafd zijn besluit het dagloon van de aan appellante toegekende IVA-uitkering vast te stellen op een bedrag van € 23,39.

1.2. De rechtbank heeft hiertoe, kort samengevat, overwogen dat de vaststelling van het dagloon is geschied in overeenstemming met het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen (hierna: Besluit) en dat de omstandigheid dat zulks in dit geval voor appellante nadelig uitpakt hieraan niet afdoet.

2.1. Appellante heeft voor de gronden van haar hoger beroep verwezen naar de gronden die door haar in bezwaar en in beroep naar voren zijn gebracht.

2.2. Voorts acht zij een onverkorte toepassing van het Besluit in strijd met de regels van het ongeschreven recht, zodat die onverkorte toepassing geen rechtsplicht kan zijn.

3.1. De Raad overweegt als volgt.

3.2. De door appellante in een eerdere fase van de beroepsprocedure ingebrachte gronden zijn door de rechtbank beoordeeld. Appellante heeft niet aangegeven op welke gronden zij van mening is dat de door de rechtbank gegeven beoordeling onjuist is.

De Raad kan zich geheel in de beoordeling door de rechtbank vinden. Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat de vaststelling van het dagloon is geschied in overeenstemming met het Besluit.

3.3. Het standpunt van appellante als weergegeven in 2.2 berust op het uitgangspunt dat het niet de bedoeling van de regelgever geweest kan zijn dat bij de vaststelling van het dagloon wordt uitgegaan van de WW-uitkering die aan appellante is uitbetaald. De Raad volgt appellante hierin niet. In het Besluit is nu juist bepaald dat dit wel de bedoeling is.

De omstandigheid dat de regelgever een keuze heeft gemaakt die door appellante als voor haar nadelig wordt ervaren, levert geen situatie op als door appellante bedoeld in 2.2.

3.4. Het hoger beroep treft mitsdien geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en J. Brand als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2011.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) D.E.P.M. Bary.

TM