Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP1772

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-01-2011
Datum publicatie
24-01-2011
Zaaknummer
09-2456 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. De Raad volgt het oordeel van de onafhankelijke ingeschakelde deskundige. De Raad is van oordeel dat, gelet op de bevindingen van Edixhoven, de beperkingen van appellant voor het verrichten van arbeid juist zijn vastgesteld.

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/2456 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (Duitsland) (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 april 2009, 07/286 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 21 januari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.C. Blankestijn, advocaat te Hengelo, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Blankestijn; het Uwv was vertegenwoordigd door A.M.C. Crombach.

Ter zitting heeft de Raad het onderzoek geschorst voor een onderzoek door een medisch deskundige. De Raad heeft dr. Ph.J. Edixhoven, orthopaedisch chirurg, benoemd als deskundige. Op 3 november 2010 heeft deze schriftelijk verslag van zijn onderzoeksbevindingen aan de Raad uitgebracht.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 12 april 2007 heeft het Uwv een gewijzigd besluit op bezwaar genomen en vastgesteld dat de WAO-uitkering aan appellant met ingang van 18 maart 2006 wordt berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% (in plaats van tot dan 65 tot 80%).

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak, voor zover in dit geding van belang, het beroep van appellant tegen het besluit van 12 april 2007 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe, samengevat, overwogen geen aanleiding te zien de conclusie van de door haar als deskundige ingeschakelde orthopaedisch chirurg H.J. Hoekstra dat een urenbeperking niet medisch noodzakelijk is, niet te volgen. Aangezien zij ook overigens geen aanleiding heeft gezien om de medische grondslag van het besluit van 12 april 2007 voor onjuist te houden en haar niet is gebleken dat de geduide functies in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn voor appellant, is de rechtbank van oordeel dat het besluit van 12 april 2007 in rechte stand kan houden.

3. In hoger beroep heeft appellant in de eerste plaats zijn in bezwaar en beroep aangevoerde grieven herhaald. Voorts heeft hij de conclusie van Hoekstra dat er geen medische noodzaak is voor een urenbeperking omdat er in de geduide functies in voldoende mate rekening is gehouden met zijn beperkingen, betwist.

4.1. Het geschil spitst zich toe op de vraag of appellant in staat moet worden geacht de werkzaamheden behorend bij de aan de schatting ten grondslag gelegde functies gedurende 8 uur per dag te verrichten.

4.2. De door de Raad als deskundige ingeschakelde orthopaedisch chirurg Edixhoven is gekomen tot de conclusie dat hij zich kan verenigen met de in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 24 november 2005 genoemde beperkingen. Naar zijn mening passen de hierin genoteerde beperkingen bij de posttraumatische afwijkingen van appellant in combinatie met een 40-urige werkweek.

4.3. Volgens vaste rechtspraak volgt de Raad het oordeel van een onafhankelijke door hem ingeschakelde deskundige, tenzij hem blijkt van feiten of omstandigheden die daarvoor een beletsel vormen. Van zodanige feiten of omstandigheden is de Raad niet gebleken. Daarbij wijst de Raad er op dat de bevindingen van Edixhoven overeenkomen met die van de (bezwaar)verzekeringsartsen en die van Hoekstra.

4.4. De Raad is van oordeel dat, gelet op de bevindingen van Edixhoven, de beperkingen van appellant voor het verrichten van arbeid juist zijn vastgesteld.

4.5. Uit hetgeen hiervoor in 4.1 tot en met 4.4 is overwogen volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4.6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en R.C. Stam en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2011.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) R.L. Venneman.

KR