Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP1454

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-01-2011
Datum publicatie
20-01-2011
Zaaknummer
10-1622 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Met het Uwv is de Raad van oordeel dat ter bepaling van het aantal proceshandelingen het aantal ingediende geschriften in beginsel doorslaggevend is, en niet het aantal besluiten waarop één geschrift betrekking heeft. De Raad ziet geen aanleiding om hiervan in het onderhavige geval af te wijken. Vernietiging uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/1622 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 2 februari 2010, 08/2428 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene).

Datum uitspraak: 19 januari 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 15 december 2010. Namens het Uwv is verschenen mr. D.R. Abdoelhak. Betrokkene is niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat drie bezwaarprocedures zijn gevoerd namens betrokkene, hetgeen een vergoeding van de kosten in bezwaar rechtvaardigt van € 966,-. De omstandigheid dat de bezwaren tegen de twee besluiten van 7 april 2008 in één brief zijn vervat, doet daar naar het oordeel van de rechtbank niet aan af.

2. Het geding in hoger beroep beperkt zich tot de vraag of de rechtbank met de vaststelling van de kosten in de bezwaarfase op € 966,- een juiste toepassing heeft gegeven aan het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

3. Appellant heeft in verband met de hoogte van de door de rechtbank vastgestelde kosten in bezwaar gewezen op de omstandigheid dat de gemachtigde van betrokkene in de bezwaarfase slechts twee ingevolge het Bpb voor vergoeding in aanmerking komende proceshandelingen heeft verricht, die met inachtneming van de bijlage behorende bij het Bpb ieder één procespunt vertegenwoordigen, te weten het indienen van twee bezwaarschriften. Dit betreft één bezwaarschrift, gericht tegen zowel een besluit van 7 april 2008 inzake de beëindiging van de uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) van betrokkene als een besluit van eveneens 7 april 2008 inzake de terugvordering van de aan betrokkene onverschuldigd betaalde WW-uitkering. Namens betrokkene is een tweede bezwaarschrift ingediend tegen een besluit van 7 mei 2008 inzake de invordering van de terugvordering.

4. Met het Uwv is de Raad van oordeel dat ter bepaling van het aantal proceshandelingen het aantal ingediende geschriften in beginsel doorslaggevend is, en niet het aantal besluiten waarop één geschrift betrekking heeft. De Raad ziet geen aanleiding om hiervan in het onderhavige geval af te wijken. Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, niet in stand kan blijven. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad de kosten voor verleende rechtsbijstand in bezwaar vaststellen op

€ 644,-.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;

Bepaalt dat de kosten in verband met de behandeling van het bezwaar worden vastgesteld op € 644,- .

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2011.

(get.) H.G. Rottier.

(get.) T.J. van der Torn.

KR