Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP1448

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-01-2011
Datum publicatie
20-01-2011
Zaaknummer
10-247 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/247 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 1 december 2009, 09/772 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 19 januari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. S.T. Dieters, advocaat te Hoogezand, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een rapport van een bezwaarverzekeringsarts overgelegd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2010, waar namens appellante is verschenen mr. Dieters, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. Abdoelhak.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante ontving een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke uitkering met ingang van 20 december 2005 werd ingetrokken. Op 19 oktober 2006 heeft zij zich met psychische klachten ziek gemeld vanuit een uitkeringssituatie op grond van de Werkloosheidswet.

1.2. Na een medisch en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv appellante aanvankelijk met ingang van 29 oktober 2007, en nadien per 16 november 2006, een WAO-uitkering toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Deze uitkering is bij besluit van 12 februari 2009 met ingang van 1 december 2008 ingetrokken.

1.3. Het Uwv heeft bij besluit van 3 augustus 2009 (hierna: het bestreden besluit) het bezwaar van appellante tegen het besluit van 12 februari 2009 gegrond verklaard, in zoverre dat de intrekkingsdatum van haar WAO-uitkering - na een arbeidskundige heroverweging - is gewijzigd in 18 september 2009.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij gelet op haar psychische toestand op de datum in geding niet in staat was arbeid te verrichten.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad ziet in hetgeen appellante naar voren heeft gebracht geen aanleiding het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de medische grondslag van het bestreden besluit voor onjuist te houden. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek van het Uwv zorgvuldig is geweest en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de bij appellante vastgestelde beperkingen per 18 september 2009. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat appellante is onderzocht door zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts en daarbij medische informatie van de behandelende sector is meegewogen. De (bezwaar)verzekeringsarts heeft appellante geschikt geacht voor het verrichten van arbeid met inachtneming van een aantal psychische beperkingen. In de fase van beroep heeft de bezwaarverzekeringsarts nog aangegeven dat uit het verhoogde medicijngebruik van appellante niet naar voren komt dat sprake is van een wezenlijke toename van de psychiatrische problematiek. Voorts wijst de Raad erop dat appellante naar aanleiding van een melding toegenomen arbeidsongeschiktheid per 18 september 2009 wederom is onderzocht door een verzekeringsarts. Deze arts - en later onderschreven door de bezwaarverzekeringsarts - heeft geen toegenomen medische beperkingen aangenomen. Uit de beoordelingen van verschillende verzekeringsartsen van het Uwv is eenduidig naar voren gekomen dat appellante, rekening houdend met een aantal psychische beperkingen, tot het verrichten van arbeid in staat wordt geacht. De Raad volgt het standspunt van de verzekeringsartsen dat de beschikbare medische gegevens geen aanknopingspunten opleveren voor het standpunt van appellante, dat zij in het geheel geen benutbare mogelijkheden heeft.

4.2. Voor wat betreft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit overweegt de Raad dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies terecht als in medisch opzicht geschikt voor appellante zijn aangemerkt.

4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2011.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) N.S.A. El Hana.

JL