Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP1259

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-01-2011
Datum publicatie
19-01-2011
Zaaknummer
08-3930 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring beroep. Geen procesbelang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/3930 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 juni 2008, 07/2490 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)

Datum uitspraak: 4 januari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H. Stoppelenburg, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2010. Voor appellant is verschenen mr. B.B.A. Willering, advocaat te Amsterdam. Het College heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand naar de norm voor gehuwden. Bij besluit van 29 januari 2007 heeft het College - voor zover hier van belang - aan appellant meegedeeld dat hij in het kader van zijn arbeidsverplichtingen zo breed mogelijk moet solliciteren, naar alle soorten werk die hij aankan.

1.2. Bij besluit van 8 mei 2008 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 29 januari 2007 ongegrond verklaard.

1.3. Hangende het door appellant bij de rechtbank tegen het besluit van 8 mei 2008 ingestelde beroep heeft het College bij besluit van 17 april 2008 appellant vrijstelling verleend van zijn sollicitatieplicht tot 17 oktober 2008.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 8 mei 2008 niet-ontvankelijk verklaard wegens - kort samengevat - het ontbreken van procesbelang. Blijkens de overwegingen van de uitspraak heeft de rechtbank geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De gemachtigde van appellant heeft ter zitting verklaard dat het hoger beroep uitsluitend is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het besluit van 8 mei 2008.

4.2. Hetgeen appellant tegen de aangevallen uitspraak heeft aangevoerd, heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan waartoe de rechtbank is gekomen. De Raad verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waarop dat oordeel berust en verwijst daarnaar.

4.3. Gelet op het voorgaande slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2011.

(get.) N.J. van Vulpen-Grootjans.

(get.) N.M. van Gorkum.

JvS