Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP0996

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-01-2011
Datum publicatie
18-01-2011
Zaaknummer
10-2291 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening en terugvordering van onverschuldigd betaalde WGA-uitkering. De gevorderde kosten van rechtsbijstand in bezwaar vinden geen steun in de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht. De besluiten van 14 en 15 april 2009 zijn niet herroepen en voorts is geen sprake van beroepsmatig verleende rechtshulp, gelet op de familierelatie tussen appellante en haar gemachtigde. Wat betreft de toepassing van de Wet WIA is de Raad, met de rechtbank van oordeel, dat het Uwv de betreffende wettelijke bepalingen juist heeft toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BA 2011/36
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2291 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 10 maart 2010, 09/4267 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 14 januari 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft haar broer, [naam broer] advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 december 2010. Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door A. Ooms.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 23 maart 2007 heeft het Uwv aan appellante met ingang van 16 maart 2007 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend.

1.2. Naar aanleiding van appellantes opgave van inkomsten uit arbeid heeft het Uwv bij besluit van 14 april 2009 de WGA-uitkering van appellante over de maanden januari en februari 2009 opnieuw berekend.

1.3. Bij besluit van 15 april 2009 heeft het Uwv van appellante een bedrag van € 541,57 teruggevorderd, namelijk de over de maanden januari en februari 2009 onverschuldigd betaalde WGA-uitkering.

1.4. Tegen de besluiten van 14 en 15 april 2009 is namens appellante bezwaar gemaakt.

1.5. Bij besluit van 18 augustus 2009 heeft het Uwv de bezwaren tegen de besluiten van 14 en 15 april 2009 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 18 augustus 2009 (bestreden besluit) ingestelde beroep ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellante haar in bezwaar en beroep naar voren gebrachte gronden herhaald. Deze komen - kort samengevat - er op neer, dat het Uwv ten onrechte geen kosten van rechtsbijstand in bezwaar heeft vergoed, dat ten onrechte is overgegaan tot herberekening van de WGA-uitkering en dat daarbij ten onrechte geen rekening is gehouden met het feit dat appellante voor aanvang van haar arbeidsongeschiktheid ook als zelfstandige werkzaam is geweest. Appellante is van mening dat slechts de inkomsten die haar eerdere inkomsten als zelfstandige te boven gaan in mindering kunnen worden gebracht op de WGA-uitkering.

4. De namens appellante aangevoerde gronden slagen niet. Wat betreft de gevorderde kosten van rechtsbijstand in bezwaar vinden ze geen steun in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht: de besluiten van 14 en 15 april 2009 zijn niet herroepen en voorts is geen sprake van beroepsmatig verleende rechtshulp, gelet op de familierelatie tussen appellante en haar gemachtigde. Wat betreft de toepassing van de Wet WIA is de Raad, met de rechtbank van oordeel, dat het Uwv de betreffende wettelijke bepalingen juist heeft toegepast. Ook het standpunt, zoals hiervoor in de laatste zin van overweging 3 weergegeven, vindt geen steun in de Wet WIA en het Inkomensbesluit Wet WIA.

5. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.

6. Voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en J. Brand en J.P.M. Zeijen als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2011.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) R.L. Venneman.

NK