Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BP0966

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-01-2011
Datum publicatie
17-01-2011
Zaaknummer
10-3602 WW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Niet verschoonbare termijnoverschrijding indienen hogerberoepschrift. Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De gevolgen van handelen of nalaten van een gemachtigde dienen in beginsel voor rekening te blijven van degene die de behartiging van zijn belangen aan die gemachtigde heeft toevertrouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3602 WW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant] wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 11 mei 2010, 09/1240 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 10 januari 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 8 september 2010 heeft de Raad het namens appellant door mr. J. van Hoeckel, werkzaam bij BDO Arbeidsjuristen B.V. te ’s-Hertogenbosch, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 8 september 2010 heeft mr. Van Hoeckel namens appellant verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 29 november 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van Hoeckel. Het Uwv is niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 8 september 2010 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellant niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend was 22 juni 2010. Het hogerberoepschrift is op 23 juni 2010 per post verzonden.

Op grond van artikel 6:11 van de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring desondanks achterwege, indien de indiener van het beroepschrift niet kan worden verweten dat de termijn is overschreden.

In het verzetschrift heeft de gemachtigde van appellant - uitvoerig - betoogd dat het hogerberoepschrift wel tijdig is ingediend, omdat 23 juni 2010 de laatste dag was waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend.

Ter zitting is de gemachtigde van appellant van dit standpunt teruggekomen en heeft zij verklaard dat het hogerberoepschrift weliswaar - door een fout op haar kantoor - niet tijdig is ingediend, maar dat dit appellant niet valt aan te rekenen. De gemachtigde van appellant moest in verband met complicaties bij een zwangerschap plotseling in het ziekenhuis worden opgenomen. Zij heeft toen de zaak overgedragen aan haar assistente. De assistente heeft het hogerberoepschrift eerst op 23 juni 2010 verzonden, hoewel de gemachtigde van appellant haar had opgedragen het hogerberoepschrift op 22 juni 2010 te verzenden. In de agenda van de gemachtigde van appellant was ook 22 (en niet 23) juni 2010 vermeld als de dag waarop het hogerberoepschrift - uiterlijk - moest worden ingediend.

In hetgeen de gemachtigde van appellant ter zitting heeft aangevoerd ziet de Raad, nog daargelaten hoe deze latere verklaring zich verhoudt tot het eerder in het verzetschrift ingenomen standpunt, geen aanleiding de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad dienen de gevolgen van handelen of nalaten van een gemachtigde in beginsel voor rekening te blijven van degene die de behartiging van zijn belangen aan die gemachtigde heeft toevertrouwd. Van redenen om in het voorliggende geval van dit uitgangspunt af te wijken, is de Raad niet gebleken.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2011.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

KR