Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO5430

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-11-2010
Datum publicatie
30-11-2010
Zaaknummer
10/2888 AKW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring verzoek om herziening. Het verzoekschrift bevat niet de gronden waarop het verzoek om herziening berust en dat die gronden ook na rappel niet zijn ingediend

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2888 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:

[verzoeker], wonende te Marokko (hierna: verzoeker),

om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 juli 2004, 04/1433,

in het geding tussen

verzoeker

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)

Datum uitspraak: 26 november 2010

I. PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 16 juli 2004, 04/1433.

Desgevraagd heeft de Svb de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden.

Het verzoek is aan de orde gesteld ter zitting van de Raad van 5 november 2010. Verzoeker is niet verschenen. De Svb heeft zich met voorafgaande kennisgeving niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet, kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2. In de uitspraak van 16 juli 2004 heeft de Raad geoordeeld dat het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn kennelijk niet-ontvankelijk is.

3.1. Verzoeker heeft de Raad bij brief van 27 april 2010 verzocht om herziening van deze uitspraak.

3.2. Bij brief van 27 mei 2010 heeft de griffier van de Raad aan verzoeker laten weten dat het verzoekschrift niet de gronden bevat waarop het verzoek om herziening rust. Aan verzoeker is een termijn van vier weken gegund, vanaf de verzenddatum van de brief, om alsnog de gronden in te dienen.

3.3. Verzoeker heeft op deze brief niet gereageerd.

3.4. Bij brief van 28 juni 2010 is aan verzoeker een termijn van vier weken gesteld om de gronden waarop het beroep rust in te dienen. Daaraan is toegevoegd dat indien verzoeker nalaat om binnen de gestelde termijn de gronden in te dienen hij er rekening mee moet houden dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

3.5. Ook op deze brief heeft verzoeker niet gereageerd.

4.1 In artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Awb is, voor zover hier van belang, bepaald dat het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep bevat. In artikel 6:6 van de Awb is, voor zover hier van belang, bepaald dat indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, dit niet-ontvankelijk kan worden verklaard mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. Ingevolge de artikelen 6:24 en 8:88 van de Awb in deze bepaling van de overeenkomstige toepassing op het verzoek om herziening in hoger beroep.

4.2. Vaststaat dat het verzoekschrift niet de gronden bevat waarop het verzoek om herziening berust en dat die gronden ook na rappel niet zijn ingediend. Voorts heeft verzoeker geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan redelijkerwijs moet worden geoordeeld dat de Raad niet van de hem in artikel 6:6 van de Awb gegeven bevoegdheid gebruik zou mogen maken.

4.3. Gezien het voorgaande dient het verzoek om herziening niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4.4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar 26 november 2010.

(get.) H.J. Simon.

(get.) R.L. Rijnen.

NK

III. DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),

statue:

Déclare la requête de révision non recevable.

Par conséquent, décidée par M. le maître H.J. Simon en présence du maître R.L. Rijnen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 26 Novembre 2010.