Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO5135

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-11-2010
Datum publicatie
30-11-2010
Zaaknummer
09/5072 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering appellante in aanmerking te brengen voor een hogere salarisschaal is terecht. Appellante is in dienst is gebleven van de gemeente Landgraaf, zodat geen sprake is van overgang naar de Gemeenschappelijke Regeling ISD BOL en er geen sprake van is dat zij onder de werking valt van het besluit van het dagelijks bestuur van ISD BOL om alle medewerkers te plaatsen in de hogere functieschaal. Beroep de Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van de Europese Unie van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen , slaagt niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2011/46
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5072 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 29 juli 2009, 09/69 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf (hierna: college)

Datum uitspraak: 18 november 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is, gevoegd met het geding tussen appellante en het college met nummer 09/1913 AW, behandeld ter zitting van 7 oktober 2010. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. A.J.T.J. Meuwissen, advocaat te Maasbracht. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. van de Schraaff.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de zaken gesplitst; thans wordt in deze zaak afzonderlijk uitspraak gedaan.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante was werkzaam voor de gemeente Landgraaf in de onderscheiden deelfuncties van medewerker [deelfunctie 1] (0,6 fte) en medewerker [deelfunctie 2] (0,4 fte).

1.2. Met ingang van 1 januari 2007 is ten behoeve van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Brunssum, Onderbanken en Landgraaf (hierna: ISD BOL) een gemeenschappelijke regeling getroffen. Appellante is in dit kader met ingang van

1 januari 2007, vooruit-lopend op de formele overgang naar de Gemeenschappelijke Regeling ISD BOL, vanuit haar twee, onder 1.1 genoemde, deelfuncties gedetacheerd bij ISD BOL, een en ander tot uiterlijk 1 januari 2008.

1.3. Appellante heeft het college op 1 juli 2008 verzocht om inpassing in een hogere salarisschaal. Zij heeft er in dit verband op gewezen dat ook de overige medewerkers van ISD BOL in aanmerking zijn gebracht voor een hogere salarisschaal.

1.4. Bij besluit van 27 augustus 2008 heeft het college appellante bericht dat, gezien het feit dat in appellantes situatie een overgang naar ISD BOL niet is geëffectueerd en zij in dienst is gebleven van de gemeente Landgraaf, zij niet valt onder de werking van het besluit van het dagelijks bestuur van ISD BOL om alle medewerkers te plaatsen in de functieschaal. Om deze reden is deze salarisaanpassing op appellante niet van toepassing, aldus het college.

1.5. Bij besluit van 2 december 2008 (hierna: bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellante tegen het besluit van 27 augustus 2008 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.1. Appellante betoogt in hoofdzaak dat de rechtbank heeft miskend dat sprake is geweest van een overgang van rechtswege van de voormalige afdeling Sociale Zaken van de gemeente Landgraaf naar ISD BOL. Appellante beroept zich in dit verband op de Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van de Europese Unie van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (hierna: richtlijn) en op de aan de richtlijn gegeven uitleg door het Hof van Justitie EG (hierna: HvJ EG, dan wel: het Hof) in zijn arresten van 14 september 2000,

JAR 2000, 225, en 15 december 2005, JAR 2006, 19.

3.2. Het college heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.

4. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep naar voren hebben gebracht, overweegt de Raad het volgende.

4.1. In artikel 1, eerste lid, van het op appellante betrekking hebbende besluit tot detachering van 21 maart 2007 is bepaald dat de detachering van appellante duurt tot het moment van formele overgang naar de Gemeenschappelijke Regeling ISD BOL, doch uiterlijk tot 1 januari 2008. Ingevolge artikel 10, eerste lid, van laatstgenoemd besluit eindigt de overeenkomst tot detachering van rechtswege door het verstrijken van de hiervoor genoemde periode.

4.2. De Raad stelt vast dat de aanstelling van appellante niet vóór 1 januari 2008 is overgenomen door ISD BOL. Hieruit volgt - in het licht van de onder 4.1 genoemde bepalingen - dat de detachering van appellante per 1 januari 2008 is geëindigd en dat appellante per deze datum in dienst is gebleven van de gemeente Landgraaf.

4.3. Het onder 3.1 weergegeven betoog kan niet leiden tot het ermee beoogde doel. Het betoog ziet er immers aan voorbij dat het toepassingsbereik van de richtlijn is beperkt tot de overgang van een economische eenheid, onderscheidenlijk een eenheid die een economische activiteit uitoefent. De Raad verwijst kortheidshalve naar HvJ EG 14 september 2000 (punt 30) en HvJ EG 15 december 2005 (punten 29 tot en met 33). In eerstgenoemd arrest (punt 30) heeft het Hof bovendien uitdrukkelijk overwogen dat de reorganisatie van de structuur van openbare lichamen of de overgang van bestuurstaken tussen openbare lichamen, geen overgang vormt van ondernemingen in de zin van de richtlijn. In die gevallen heeft de overdracht immers betrekking op activiteiten die tot de uitoefening van het openbaar gezag behoren, aldus het Hof.

4.4. In hetgeen overigens is aangevoerd, ziet de Raad geen grond om tot een ander oordeel te komen.

4.5. Het hoger beroep slaagt niet, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en K.J. Kraan en W. van den Brink als leden, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 november 2010.

(get.) J.G. Treffers.

(get.) K. Moaddine.

HD