Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO5119

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-11-2010
Datum publicatie
26-11-2010
Zaaknummer
09/5426 WUBO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inkomsten uit vermogen worden in mindering gebracht op de uitkering. De inkomsten uit vermogen op grond van artikel 28, vierde lid, van de Wubo jaarlijks worden bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage voor sparen en beleggen, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5426 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

en

de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

Datum uitspraak: 11 november 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een door verweerster onder dagtekening 10 augustus 2009, kenmerk BZ 9009, JZ/C/80/2008, ten aanzien van hem genomen besluit ter uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), verder: bestreden besluit.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 september 2010. Appellant is niet verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant, geboren in 1934 in het voormalig Nederlands-Indië, is op grond van psychische invaliditeit erkend als burger-oorlogsslachtoffer en geniet vanaf juni 1983 als zodanig een periodieke uitkering op grond van de Wubo.

2. De periodieke uitkering van appellant is, voor zover hier van belang, bij berekenings-beschikking van 31 maart 2009 voorlopig bijgesteld vanaf 1 oktober 2005 in verband met door appellant in oktober 2005, januari 2006 en mei 2006 ontvangen bedragen uit een erfenis. Het door appellant tegen die beschikking gemaakte bezwaar is bij het bestreden besluit deels gegrond en deels ongegrond verklaard.

3. In geschil is thans nog het bedrag dat verweerster in mindering brengt op de uitkering van appellant vanwege inkomsten uit zijn door verweerster vastgestelde vermogen. Appellant is van mening dat het door verweerster gehanteerde rendementspercentage van 4 te hoog is en dat rekening gehouden zou moeten worden met de reële inkomsten uit zijn vermogen.

4. De Raad volgt verweerster in het standpunt dat de inkomsten uit vermogen op grond van artikel 28, vierde lid, van de Wubo jaarlijks worden bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage voor sparen en beleggen, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Dit percentage is thans 4. Van dit bedrag wordt dan nog een bedrag vrijgelaten (in 2009 was dit € 775,76). Verweerster heeft dus op juiste wijze toepassing gegeven aan genoemde imperatieve bepaling in de Wubo.

5. Gezien het vorenstaande dient het beroep van appellant ongegrond te worden verklaard.

4. De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en A.J. Schaap en A.A.M. Mollee als leden, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 november 2010.

(get.) A. Beuker-Tilstra.

(get.) R.L.G. Boot.

HD