Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO4702

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
23-11-2010
Zaaknummer
09-1438 BESLU
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De Raad stelt vast dat het verzoek tot schadevergoeding is ingetrokken omdat partijen overeenstemming hebben bereikt over het bedrag aan schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Nu de Staat niet heeft betwist dat aldus aan betrokkene is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om de Staat te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het verzoek om schadevergoeding op het punt van de overschrijding van de redelijke termijn heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 161,--.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/1438 BESLU

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het verzoek om schadevergoeding van:

[betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),

met als partijen:

betrokkene

en

de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie) (hierna: Staat)

Datum uitspraak: 17 november 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens betrokkene heeft mr. I.H.M. Hest, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 20 maart 2007, 05/483 en 30 oktober 2007, 05/3233, in de gedingen tussen betrokkene en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Bij uitspraak van 18 maart 2009, 07/2472 + 07/6923 ZW, heeft de Raad uitspraak gedaan op dit hoger beroep. Daarbij heeft de Raad bepaald dat het onderzoek onder het in de aanhef van deze uitspraak genoemde nummer wordt heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over het verzoek van betrokkene om schadevergoeding met betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), en heeft de Raad de Staat aangemerkt als partij in die procedure.

Namens de Staat heeft mr. E.J. Daalder, advocaat te ’s-Gravenhage, in deze procedure een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Namens betrokkene heeft mr. Hest, daarop schriftelijk gereageerd.

Nadien is de Staat volledig tegemoetgekomen en heeft betrokkene het verzoek om schadevergoeding op het punt van de overschrijding van de redelijke termijn ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de staat te veroordelen in de proceskosten.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het verzoek tot schadevergoeding is ingetrokken omdat partijen overeenstemming hebben bereikt over het bedrag aan schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Nu de Staat niet heeft betwist dat aldus aan betrokkene is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om de Staat te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het verzoek om schadevergoeding op het punt van de overschrijding van de redelijke termijn heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 161,--.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt de Staat in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 161,--, te betalen aan de griffier van de Raad.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 november 2010.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) M.A. van Amerongen.

KR