Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO4402

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
18-11-2010
Zaaknummer
10-1571 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking beroep omdat het bestuursorgaan geheel aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/1571 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 4 februari 2010, 08/3071 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 17 november 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.W.G.J. de Haas, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand te

’s-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft op 19 augustus 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Bij faxbericht van 25 augustus 2010 heeft mr. De Haas, voornoemd, namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft de Raad bericht dat het akkoord kan gaan met een veroordeling in de proceskosten van appellant.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 19 augustus 2010 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.

Aangezien het Uwv in zijn beslissing van 19 augustus 2010 reeds heeft beslist over vergoeding van de kosten in bezwaar staat de Raad slechts ter beoordeling de kosten die appellant in verband met de behandeling van beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 805,-- in voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 437,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.242,--.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 november 2010.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M. Mostert.

IvR