Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO3945

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-11-2010
Datum publicatie
15-11-2010
Zaaknummer
09-6358 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. Zorgvuldig medische onderzoek. Appellante heeft in beroep en in hoger beroep geen nadere medische informatie toegezonden. Hetgeen appellante heeft aangevoerd biedt geen aanknopingspunten om haar verdergaand beperkt te achten. Appellante wordt in staat geacht de voorgehouden functies te kunnen verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6358 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 11 november 2009, 09/704 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 12 november 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 1 oktober 2010. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.G.M. Huijs.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante is werkzaam geweest als productiemedewerkster op uitzendbasis bij [naam bedrijf] voor veertig uur per week. In 1998 is haar een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

2.1. In 2008 heeft het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante herbeoordeeld. Daarbij is een onderzoek verricht door de verzekeringsarts die een dysthyme stemmingsstoornis, matig van ernst, heeft vastgesteld. In verband daarmee zijn functionele beperkingen, waaronder een urenbeperking tot vier uur per dag, vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Daarna zijn bij arbeidskundig onderzoek diverse voor appellante geschikt geachte functies geselecteerd. Vastgesteld is dat zij daarmee een zodanig inkomen kan verdienen dat de mate van arbeidsongeschiktheid

55 tot 65% bedraagt. Haar WAO-uitkering is met ingang van 27 januari 2009 dienovereenkomstig herzien.

2.2. Bij besluit van 14 april 2009 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Hieraan ligt een rapport van bezwaarverzekeringsarts J.L. Waasdorp ten grondslag. Hij heeft het dossier bestudeerd, informatie opgevraagd en verkregen van de huisarts van appellante en appellante onderzocht. Vervolgens heeft hij de FML op enkele onderdelen aangescherpt vanwege het medicijngebruik van appellante. Overigens heeft hij de bevindingen van de primaire verzekeringsarts onderschreven.

Daarna heeft P.H.M. Leentjens, bezwaararbeidsdeskundige, dossierstudie verricht en overleg gepleegd met Waasdorp, waarna hij tot de conclusie is gekomen dat de mate van arbeidsongeschiktheid uitkomt in de klasse 55 tot 65%.

3.1. Appellante heeft in beroep gesteld in het geheel niet te kunnen werken vanwege haar depressieve klachten die na het overlijden van haar vader (eind november 2008) zijn toegenomen. Zij heeft erop gewezen dat zij hiervoor sinds 13 mei 2009 onder psychiatrische behandeling is.

3.2. Bezwaarverzekeringsarts Waasdorp heeft gereageerd dat hetgeen door appellante is aangevoerd niet leidt tot een wijziging van zijn eerder uitgebrachte rapport. Bezwaararbeidsdeskundige Leentjens heeft echter enkele functies minder geschikt geacht voor appellante vanwege de daarin voorkomende belasting op het aspect conflicthantering. In plaats van die functies heeft hij andere functies in aanmerking genomen. Maar ook daarmee zou appellante nog een zodanig inkomen kunnen verdienen dat de mate van arbeidsongeschiktheid binnen de klasse 55 tot 65% blijft.

3.3. De rechtbank heeft zich kunnen verenigen met de medische grondslag van het bestreden besluit en met de (vanuit medisch oogpunt bezien) geschikt geachte functies. Zij heeft het beroep van appellante daarom ongegrond verklaard.

4. In hoger beroep heeft appellante haar onder 3.1 weergegeven stelling herhaald.

5. De Raad overweegt als volgt.

5.1. De Raad is van oordeel dat bezwaarverzekeringsarts Waasdorp een zorgvuldig onderzoek heeft ingesteld naar de (depressieve) klachten van appellante. Ook is de Raad van oordeel dat in de FML, zoals deze door hem is vastgesteld, voldoende rekening is gehouden met alle medische informatie die voorhanden was. Appellante heeft in beroep en in hoger beroep geen nadere medische informatie toegezonden. Hetgeen appellante heeft aangevoerd biedt geen aanknopingspunten om haar verdergaand beperkt te achten.

5.2. In de beroepsfase zijn de volgende (al in de primaire fase aan appellante voorgehouden) categorieën functies gehanteerd voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: huishoudelijk medewerker gebouwen (Sbc-code 111334), huishoudelijk medewerker (Sbc-code 111333) en samensteller kunststof- en rubberindustrie (Sbc-271130). Naar het oordeel van de Raad is voldoende onderbouwd dat appellante voor de hieronder vallende parttime functies, zoals deze uiteindelijk in aanmerking zijn genomen, op 27 januari 2009 medisch geschikt kon worden geacht.

5.3. Het voorgaande leidt ertoe dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 november 2010.

(get.) J. Brand

(get.) D.E.P.M. Bary

RH