Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO3781

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-11-2010
Datum publicatie
15-11-2010
Zaaknummer
10-1658 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering toe te kennen. minder dan 35% arbeidsongeschikt . De Raad overweegt, dat de Awb niet voorschrijft dat de beslissing in het openbaar wordt uitgesproken door de rechter die de zaak op zitting heeft behandeld (en de uitspraak heeft gedaan). Met andere woorden, de wet staat toe dat een andere rechter de door zijn collega gewezen uitspraak in het openbaar uitspreekt. Met betrekking tot de stelling van appellant dat de formule die wordt gebruikt bij de WIA beoordeling in strijd is met de wet overweegt de Raad dat appellant niet kan opkomen tegen wetten in formele zin en dat het zogeheten Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep rechtens aanvaardbaar is geacht als ondersteunend systeem en methode bij de beoordeling of, en zo ja in welke mate, iemand arbeidsongeschikt is te achten in de zin van de arbeidsongeschiktheidswetten. De Raad tekent hierbij nog aan dat het Uwv zowel de gezondheidstoestand van appellant als zijn arbeidsmogelijkheden in de besluitvorming heeft betrokken. Bij bespreking van de beroepsgrond dat appellant over een hoger opleidingsniveau beschikt dan door het Uwv is aangenomen mist appellant belang, nu het aannemen van een hoger opleidingsniveau er in het onderhavige geval niet toe leidt dat appellant meer arbeidsongeschikt moet worden geacht. Een hoger opleidingsniveau staat immers niet in de weg aan het ten grondslag leggen aan het bestreden besluit van de daarin vermelde functies.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:77
Algemene wet bestuursrecht 8:78
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 2010/411
JB 2011/14
ABkort 2010/411
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/1658 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 4 maart 2010, 08/2546 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 12 november 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2010. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. van Nederveen.

II. OVERWEGINGEN

1. Op 22 februari 2006 is appellant uitgevallen voor zijn werk als assistent rayonmanager. Bij besluit van 21 januari 2008 is vastgesteld dat voor appellant met ingang van 20 februari 2008 geen recht is ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat appellant per 20 februari 2008 minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Daaraan lag het standpunt ten grondslag dat appellant met zijn medische beperkingen geschikt was voor werkzaamheden in passende functies. Het namens appellant tegen dat besluit gemaakte bezwaar is door het Uwv bij besluit van 23 juli 2008 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2.1. Appellant heeft in beroep aangevoerd dat hij het niet eens is met de wijze waarop de WIA-uitkering wordt vastgesteld.

2.1.1. De rechtbank heeft overwogen dat appellant niet kan opkomen tegen wetten in formele zin en dat het zogeheten Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep rechtens aanvaardbaar is geacht als ondersteunend systeem en methode bij de beoordeling of, en zo ja in welke mate, iemand arbeidsongeschikt is te achten in de zin van de arbeidsongeschiktheidswetten.

2.1.2. De rechtbank heeft appellants stelling dat de WIA discriminerend werkt niet onderschreven en heeft dienaangaande overwogen dat door het opleidingsniveau te betrekken bij de schatting wordt gewaarborgd dat alleen functies worden geselecteerd die betrokkene, rekening houdend met zijn beperkingen in de praktijk ook daadwerkelijk zou kunnen uitoefenen. Daarmee wordt, aldus de rechtbank, aan de schatting een zekere realiteitswaarde gegeven.

2.2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de aangevallen uitspraak niet in het openbaar is uitgesproken door de rechter die de uitspraak heeft gedaan. Verder heeft appellant zijn bezwaren tegen de formule waarmee wordt bepaald of er recht is ontstaan op een WIA-uitkering herhaald.

4.1. De aangevallen uitspraak is gedaan door mr. A.E. van Montfrans-Wolters, dezelfde rechter die blijkens het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank van 10 december 2009 de zaak op die zitting heeft behandeld. Deze uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2010. Uit de brief van appellant, gericht aan de rechtbank, van 5 maart 2010 leidt de Raad af dat de aangevallen uitspraak in het openbaar is uitgesproken door een andere rechter dan mr. Montfrans-Wolters. Dit heeft appellant ter zitting bevestigd en hij heeft zich op het standpunt gesteld dat het voor hem niet duidelijk is welke rechter de uitspraak heeft gedaan.

4.2. Ingevolge artikel 8:77, eerste lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vermeldt de schriftelijke uitspraak “de beslissing”. Ingevolge artikel 8:77, eerste lid, onder d, van de Awb vermeldt de schriftelijke uitspraak “de naam van de rechter of de namen van de rechters die de zaak heeft onderscheidenlijk hebben behandeld.”

Artikel 8:78 van de Awb luidt als volgt: “De rechtbank spreekt de beslissing, bedoeld in artikel 8:77, eerste lid, onder c, in het openbaar uit, in tegenwoordigheid van de griffier.”

4.3. De Raad overweegt, onder verwijzing naar de wetsartikelen genoemd in overweging 4.2, dat de Awb niet voorschrijft dat de beslissing in het openbaar wordt uitgesproken door de rechter die de zaak op zitting heeft behandeld (en de uitspraak heeft gedaan). Met andere woorden, de wet staat toe dat een andere rechter de door zijn collega gewezen uitspraak in het openbaar uitspreekt.

4.4. Met betrekking tot de stelling van appellant dat de formule die wordt gebruikt bij de WIA beoordeling in strijd is met de wet wijst de Raad op de - hiervoor in de overwegingen 2.1.1 en 2.1.2 samengevat weergegeven - overwegingen 6 en 7 van de aangevallen uitspraak. De Raad kan deze overwegingen onderschrijven. De Raad tekent hierbij nog aan dat het Uwv zowel de gezondheidstoestand van appellant als zijn arbeidsmogelijkheden in de besluitvorming heeft betrokken. Voor het overige wijst de Raad op de uitvoerige uiteenzetting door de gemachtigde van het Uwv ter zitting van de Raad over de wijze waarop een arbeidsongeschiktheidsschatting tot stand komt. De Raad onderschrijft deze uitleg en heeft daaraan niets toe te voegen.

4.5.1. Bij bespreking van de beroepsgrond dat appellant over een hoger opleidingsniveau beschikt dan door het Uwv is aangenomen mist appellant belang, nu het aannemen van een hoger opleidingsniveau er in het onderhavige geval niet toe leidt dat appellant meer arbeidsongeschikt moet worden geacht. Een hoger opleidingsniveau staat immers niet in de weg aan het ten grondslag leggen aan het bestreden besluit van de daarin vermelde functies.

4.5.2. Appellant heeft overigens geen medische of arbeidskundige gronden tegen de thans voorliggende schatting aangedragen die besproken moeten worden.

5. Uit de overwegingen 4.1 tot en met 4.5 vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak bevestigd dient te worden.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor als voorzitter en R.C. Stam en B. Barentsen als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing uitgesproken in het openbaar op 12 november 2010.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) M.A. van Amerongen.

GdJ