Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO3770

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-11-2010
Datum publicatie
15-11-2010
Zaaknummer
10-3231 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. Juiste vaststelling van de functionele mogelijkheden van appellant. De Raad ziet geen grond voor het oordeel dat appellants behandeling zodanig intensief was of een zodanig tijdsbeslag vergde, dat als gevolg daarvan op 16 september 2008 een urenbeperking was aangewezen. Gelet op deze uitkomst, is er voor de Raad geen aanleiding om alsnog, zoals door appellant is verzocht, een deskundige te benoemen voor het verrichten van nader onderzoek. Voldoende is toegelicht dat de geselecteerde functies voor appellant geschikt zijn, in de zin dat de belasting in deze functies de medische belastbaarheid van appellant niet te boven gaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3231 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 20 mei 2010, 09/419 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 12 november 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.J.M. Strijbosch, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2010.

Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door L. den Hartog.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant was werkzaam als heftruckchauffeur voor gemiddeld 37,3 uur per week toen hij op 19 september 2006 uitviel voor zijn werk.

1.2. Bij besluit van 13 januari 2009 heeft het Uwv - beslissend op bezwaar - zijn besluit gehandhaafd inhoudend dat, gelet op verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, er voor appellant na afloop van de wettelijke wachttijd per 16 september 2008 geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).

2. Appellant heeft tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) beroep ingesteld. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe, kort samengevat, overwogen dat het Uwv de functionele mogelijkheden van appellant juist heeft vastgesteld en dat niet is gebleken dat de belasting in de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde functies appellants functionele mogelijkheden op de in geding zijnde datum overschreed.

3.1. Appellant kan zich niet vinden in de aangevallen uitspraak omdat hierin onvoldoende rekening is gehouden met zijn klachten waarvoor hij sinds januari 2008 onder psychotherapeutische behandeling is. Appellant wijst erop dat deze behandeling zodanig intensief is, dat deze niet kan worden gecombineerd met arbeid in loondienst. In verband daarmee, en omdat hij Nederlandse taalles moet volgen, heeft de gemeente Eindhoven hem in het kader van de Wet werk en bijstand vrijgesteld van de plicht tot solliciteren, werkaanvaarding, inschrijving als werkzoekende en het volgen van een inburgeringscursus. Appellant heeft de Raad verzocht om een onafhankelijk deskundige te raadplegen.

3.2. Het Uwv heeft in zijn verweerschrift verwezen naar de reactie van zijn bezwaarverzekeringsarts G.C.N. Debie. Hierin is vermeld dat in hetgeen appellant aanvoert geen aanleiding wordt gezien de medische grondslag van het bestreden besluit te wijzigen.

4.1. De Raad is van oordeel dat het bestreden besluit, wat de medische grondslag betreft, kan worden gedragen door bevindingen en conclusies van bezwaarverzekeringsarts Debie. De Raad kan zich vinden in de overwegingen van de rechtbank in de aangevallen uitspraak hierover. Debie hoefde, gelet op zijn specifieke taak om onderzoek te doen naar de beperkingen van appellant zoals deze bestonden op 16 september 2008 en gelet op zijn expertise, de in het kader van een andere regeling tot stand gekomen bevindingen van de gemeente Eindhoven niet te volgen. De Raad merkt nog op dat Debie op grond van de door hem opgevraagde informatie van de behandelend psychiater aanvullende beperkingen heeft aanvaard voor het werken in nachtdiensten en het werken met gevaarlijke machines/voertuigen of op hoogte in verband met medicijngebruik. Uit hetgeen appellant heeft aangevoerd volgt geenszins dat Debie de bij appellant bestaande beperkingen heeft onderschat. In de in hoger beroep toegezonden stukken ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat appellants behandeling zodanig intensief was of een zodanig tijdsbeslag vergde, dat als gevolg daarvan op 16 september 2008 een urenbeperking was aangewezen. Gelet op deze uitkomst, is er voor de Raad geen aanleiding om alsnog, zoals door appellant is verzocht, een deskundige te benoemen voor het verrichten van nader onderzoek.

4.2. Uitgaande van de Functionele Mogelijkhedenlijst van 30 december 2008, acht de Raad door bezwaararbeidsdeskundige R.E.T. Peters voldoende toegelicht dat de geselecteerde functies voor appellant geschikt zijn, in de zin dat de belasting in deze functies de medische belastbaarheid van appellant niet te boven gaat.

4.3. Op grond van hetgeen is overwogen onder 4.1 en 4.2 dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

4.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 november 2010.

(get.) J. Brand

(get.) D.E.P.M. Bary

RH