Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO3728

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-11-2010
Datum publicatie
12-11-2010
Zaaknummer
09/3668 AW + 09/4354 AW + 09/6247 AW + 09/6248 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Functiebeschrijving en functiewaardering wijkmanager. Met nader besluit niet geheel tegemoet gekomen. In de functiebeschrijving van appellanten is opgenomen dat de wijkmanager de medewerkers van de wijkpost aanstuurt en de regie voert op afhandeling door de lijn van meldingen en correspondentie en op de aanpak van overlastsituaties en andere integrale vraagstukken. Dat de eindverantwoordelijkheid voor personele aangelegenheden ligt bij het afdelingshoofd wijkmanagement, zoals door het college is aangevoerd, mag zo zijn maar dat staat er naar het oordeel van de Raad niet aan in de weg dat tegelijkertijd sprake kan zijn van partieel leidinggeven, zoals genoemd in de Procedureregeling. De Raad voorziet zelf.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2011/28
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3668 AW

09/4354 AW

09/6247 AW

09/6248 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op de hoger beroepen van:

[appellante 1], wonende te [woonplaats 1], en

[appellante 1], wonende te [woonplaats 2], (hierna: appellanten),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 24 juni 2009, 08/7341, 08/7736 en 08/7343 (hierna: aangevallen uitspraak),

in de gedingen tussen:

appellanten

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer (hierna: college)

Datum uitspraak: 4 november 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellanten hebben hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft het college bij gelijkluidende besluiten van 13 oktober 2009, verzonden bij brief van 3 november 2009, een nieuwe beslissing op de bezwaren van appellanten genomen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 september 2010. Appellante [appellante 1] is verschenen, bijgestaan door mr. F.F. van Norel, werkzaam bij ARAG rechtsbijstand. Appellante [appellante 2] is verschenen, bijgestaan door mr. R.C. Luttikhuizen, advocaat te ’s-Gravenhage. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door A.E. Vogel, M. de Zwart en mr. K. Meijers, allen werkzaam bij de gemeente Zoetermeer.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Bij het collegeprogramma 2006-2010 is besloten om het wijkgerichte werken in de gemeente Zoetermeer een prominentere plaats te laten innemen. Daartoe is de rol van de wijkposten gewijzigd en is ten behoeve van de algemene leiding van de afdeling Wijkmanagement een afdelingshoofd aangesteld. Tevens is de functie van wijkmanager gewijzigd, als gevolg waarvan een nieuwe functiebeschrijving is opgesteld en de functie bij besluit van 21 november 2006 opnieuw is gewaardeerd (in hoofdgroep IV met een score van 15 punten op de secundaire factoren, salarisschaal 11). Dat besluit is, na bezwaren van onder meer appellanten, gehandhaafd bij besluit van 10 juni 2008, meegedeeld bij brieven van 25 augustus 2008 (hierna: bestreden besluit).

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van (onder meer) appellanten gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank was, kort gezegd, van oordeel dat ondeugdelijk was gemotiveerd waarom de in geding zijnde functie is ingedeeld in hoofdgroep IV en heeft gelet op de daaruit voortvloeiende vernietiging van het bestreden besluit de scores op de secundaire factoren niet besproken. Het college heeft in deze uitspraak berust.

3.1. Appellante [appellante 1] heeft hoger beroep ingesteld tegen de overweging (5.1) van de rechtbank dat het geschil geen betrekking heeft op de functiebeschrijving, aangezien tegen de vaststelling daarvan geen rechtsmiddel is aangewend, zodat de beschrijving in rechte vaststaat. Het feit dat deze appellante ten tijde van die vaststelling nog niet in dienst was van de gemeente doet daar, aldus de rechtbank, niet aan af.

3.2. De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank. Gelet op het verhandelde ter zitting van de rechtbank moet worden geconcludeerd dat de functiebeschrijving is vastgesteld in april 2006 en dat daartegen geen bezwaar is gemaakt. Dat appellante [appellante 1] eerst nadien in dienst is getreden van de gemeente Zoetermeer betekent dat zij aldus werd geconfronteerd met een in rechte vaststaande functiebeschrijving, die voor haar als een gegeven heeft te gelden. Het is in strijd met de rechtszekerheid indien die indiensttreding tot gevolg zou hebben dat een in rechte vaststaand besluit buiten de termijn van bezwaar door appellante alsnog zou kunnen worden aangevochten. Het hoger beroep van appellante [appellante 1] kan dus niet slagen.

4.1. Appellante [appellante 2] heeft haar hoger beroep gericht tegen de overwegingen 5.7 en 6 van de aangevallen uitspraak, waarin de rechtbank heeft overwogen de scores op de gezichtspunten niet te zullen bespreken en - ten overvloede - heeft opgemerkt dat een eventuele indeling in hoofdgroep V naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot lagere scores op de gezichtspunten.

4.2. Ook dat hoger beroep slaagt niet. Overweging 6 is niet bindend en kan daarom niet in hoger beroep worden bestreden. Overweging 5.7 acht de Raad niet onbegrijpelijk daar waar de rechtbank tot het oordeel kwam dat het bestreden besluit reeds niet in stand kon blijven vanwege een onjuiste indeling in de hoofdgroep. De rechtbank had desondanks een oordeel kunnen geven over de overige scores, maar zij was daartoe niet gehouden.

5.1. Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd voor zover aangevochten en dat de Raad toekomt aan de ter uitvoering van de aangevallen uitspraak genomen nieuwe beslissing op bezwaar, die de Raad op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de beoordeling zal betrekken. Bij die beslissing is de waardering vastgesteld op hoofdgroep V, met een score van 11 punten op de secundaire factoren hetgeen correspondeert met een indeling in salarisschaal 11. Appellanten, die indeling in schaal 12 nastreven, hebben bezwaar tegen het toegekende aantal punten bij functionele vorming (1 in plaats van 2), handelingsvrijheid (3 in plaats van 4) en leidinggeven (0 in plaats van 1).

5.2. Bij functionele vorming is een score van 1 punt toegekend, omdat is uitgegaan van 1,5 jaar aanvullende school- en praktijkopleiding op het terrein van integraal wijkbeheer na afronding van een wetenschappelijke opleiding (hoofdgroep V). Appellanten achten dat te weinig en hebben daarbij gewezen op de eerdere toekenning van 4 punten op dit gezichtspunt bij indeling in hoofdgroep IV. Van de zijde van het college is naar het oordeel van de Raad terecht gewezen op de verwevenheid tussen de indeling in de hoofdgroep en dit gezichtspunt. Indien uitgegaan wordt van een hoger opleidingsniveau heeft dit directe gevolgen voor de score bij functionele vorming. Daarbij wordt uitsluitend de kennisvermeerdering gehonoreerd, welke nodig is voor de functie, aldus de toelichting bij dit gezichtspunt. Appellanten hebben niet inzichtelijk gemaakt, bijvoor-beeld door het noemen van concrete opleidingen, dat de toegekende score van 1 punt onhoudbaar is. Evenmin is aannemelijk geworden dat voor een goede uitvoering van de functie meer dan 5,5 ervaringsjaren noodzakelijk zijn. Deze beroepsgrond kan niet slagen.

5.3. Voor handelingsvrijheid is een score 3 toegekend. Die score wordt volgens het functiewaarderingssysteem toegekend indien het werk of werkresultaat aan een eindcontrole/toetsing/beoordeling kan worden onderworpen, terwijl die in de praktijk niet of nauwelijks plaatsvindt. Overwogen is dat het werk van de wijkmanager door of namens de leidinggevende aan een toetsing kan worden onderworpen. Gezien het karakter van de werkzaamheden vindt deze controle in de praktijk niet of nauwelijks plaats. De werkzaamheden van de wijkmanager worden bijvoorbeeld beoordeeld door middel van beoordeling van programma’s integraal beheer, adviezen en tussentijds uitgebrachte rapportages. Daaruit leidt de Raad af dat de beoordeling niet slechts plaats kan vinden op grond van de uitwerking in de praktijk, zoals door appellanten is gesteld. De score van 3 punten acht de Raad daarmee niet onhoudbaar.

5.4. Bij leidinggeven is 0 punten gescoord. Leidinggeven is volgens de toepasselijke Procedureregeling Functiewaardering 2005 het richting geven aan de activiteiten van functionarissen die hiërarchisch direct of indirect ondergeschikt zijn of zich in een situatie bevinden die daarmee vergelijkbaar is, teneinde de gestelde doelen te bereiken. Het leidinggeven kenmerkt zich in beginsel door de aanwezigheid van een gezagssituatie, waarbij de medewerkers zich (uiteindelijk) hebben te voegen naar hetgeen de leidinggevende juist of noodzakelijk acht. Bij leidinggeven wordt onderscheid gemaakt naar volledig leidinggeven en partieel (werkgericht) leidinggeven. Bij partieel leidinggeven is er sprake van een hiërarchische relatie met verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsplanning en voor de kwalitatieve en kwantitatieve aspecten van de uit te voeren werkzaamheden. De verantwoordelijkheden voor de organisatie van de afdeling of eenheid en verantwoordelijkheden in het vlak van personeelszorg zijn evenwel beperkt. De Raad stelt vast dat in de functiebeschrijving van appellanten is opgenomen dat de wijkmanager de medewerkers van de wijkpost aanstuurt en de regie voert op afhandeling door de lijn van meldingen en correspondentie en op de aanpak van overlastsituaties en andere integrale vraagstukken. Dat de eindverantwoordelijkheid voor personele aangelegenheden ligt bij het afdelingshoofd wijkmanagement, zoals door het college is aangevoerd, mag zo zijn maar dat staat er naar het oordeel van de Raad niet aan in de weg dat tegelijkertijd sprake kan zijn van partieel leidinggeven, zoals genoemd in de Procedureregeling. Dat de wijkmanager richting geeft aan de werkzaamheden van de medewerkers acht de Raad besloten liggen in de term “aansturen”. De Raad acht voorts voldoende aannemelijk geworden dat de medewerkers, mede gelet op het niveauverschil van deze functies (schaal 5 en schaal 7) met die van wijkmanager, zich - minst genomen - in een situatie bevinden die met hiërarchische ondergeschiktheid aan de wijkmanager vergelijkbaar is. Daarmee is voldaan aan de criteria die in de Procedureregeling aan partieel leidinggeven worden gesteld, zodat de score bij leidinggeven onhoudbaar is.

5.5. Het vorenstaande betekent dat de nieuwe beslissing op bezwaar niet in stand kan blijven. Het beroep dat appellanten geacht worden daartegen te hebben ingesteld wordt gegrond verklaard en de besluiten van 13 oktober 2009 worden vernietigd.

5.6. Mede gelet op het aanzienlijke tijdsverloop sinds het primaire functiewaarderingsbesluit en de gerechtvaardigde wens van appellanten dat het geschil thans zo mogelijk finaal wordt beslecht, heeft de Raad zich beraden op de vraag of hij met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak kan voorzien in plaats van het college op te dragen wederom een nieuwe beslissing op de bezwaren te nemen. De Raad beantwoordt die vraag bevestigend en heeft daartoe het volgende overwogen.

Uit 5.4 volgt dat appellanten leidinggeven in de zin van het functiewaarderingssysteem; nu het gaat om twee wijkmedewerkers is een score van 1 punt aangewezen. De Raad zal zelf voorzien op de wijze zoals onder III is aangegeven. Nu een en ander gevolgen heeft voor de schaalindeling zal het college het salaris van appellanten dienovereenkomstig dienen aan te passen.

6. In het vorenstaande ziet de Raad aanleiding het college te veroordelen in de proceskosten van appellanten ter zake van de nieuwe beslissing op bezwaar tot een bedrag van 1,5 x € 322,- = € 483,- aan proceskosten voor iedere appellante en een bedrag aan reiskosten van € 13,02 voor appellante [appellante 1] en € 17,62 voor appellante [appellante 2].

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;

Verklaart het beroep tegen de besluiten van 13 oktober 2009 gegrond en vernietigt die besluiten;

Bepaalt dat de functie wijkmanager wordt gewaardeerd in hoofdgroep V, met een score-indeling als volgt: functionele vorming 1 punt, handelingsvrijheid 3 punten, keuzemogelijkheden 3 punten, contact 4 punten en leidinggeven 1 punt (totaal 12 punten);

Bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten van 13 oktober 2009;

Veroordeelt het college in de proceskosten van appellanten tot een bedrag van € 496,02 voor appellante [appellante 1] en € 500,62 voor appellante [appellante 2].

Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker als voorzitter en M.C. Bruning en K.J. Kraan als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2010.

(get.) K. Zeilemaker.

(get.) P.W.J. Hospel.

HD

Q