Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO3574

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-11-2010
Datum publicatie
11-11-2010
Zaaknummer
08-5892 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking bijstandsuitkering. Beoordelingsperiode. Geen redelijke grond voor het doen van een huisbezoek. De enkele erkenning van het kind van appellante door [K.] wijst niet op het bestaan van een gezamenlijke huishouding. Op grond van dit feit als zodanig kan niet redelijkerwijs worden getwijfeld aan de juistheid van de door appellante over haar woon- en leefsituatie verstrekte inlichtingen. Noch de omstandigheid dat appellante en [K.] in het verleden met elkaar gehuwd zijn geweest en een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd noch de omstandigheid dat appellante overleg heeft gehad met haar advocaat en in haar weigering heeft volhard, doen hier aan af. Het kan appellante niet worden tegengeworpen dat zij haar medewerking aan het huisbezoek heeft geweigerd. Geen sprake van schending van de op appellante rustende inlichtingenverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWWB 2011/17
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/5892 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 3 september 2008, 07/4101 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Cuijk (hierna: College)

Datum uitspraak: 9 november 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft A.A.J.L. van Elk de Freese, advocaat te Cuijk, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Desgevraagd heeft het College een nadere schriftelijke toelichting op zijn standpunt gegeven. Mr. Van Elk de Freese heeft hierop schriftelijk gereageerd.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 28 september 2010. Partijen zijn - beiden met voorafgaand bericht - niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante ontving sinds 27 april 2001 bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder, laatstelijk ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB).

1.2. Op [datum] 2007 is appellante bevallen van haar vierde kind. Dit kind is erkend door [K.], met wie appellante in het verleden gehuwd is geweest en van wie zij [in] 2001 is gescheiden.

1.3. Naar aanleiding van de erkenning van het kind van appellante door [K.] is bij het College het vermoeden gerezen dat appellante (wederom) een gezamenlijke huishouding zou voeren met [K.]. Het College heeft hierin aanleiding gezien om appellante op 14 augustus 2007 toestemming te vragen voor het doen van een huisbezoek in haar woning op het adres [adres 1] te [naam gemeente]. Uit de van dit gesprek opgemaakte rapportage van 15 augustus 2007 blijkt de rapporteur J. Ouwens tijdens het gesprek de twijfels die er waren over de woonsituatie van appellante aan haar heeft uitgelegd en aan haar heeft gevraagd of zij toestemming wilde geven voor het afleggen van een huisbezoek aansluitend aan het gesprek. Nadat appellante hierover contact had opgenomen met haar advocaat, heeft appellante geweigerd daaraan haar medewerking te verlenen. Het College heeft vervolgens, voor zover hier van belang, appellante in de gelegenheid gesteld om binnen een half uur alsnog toestemming voor een huisbezoek op haar adres te verlenen. Appellante heeft evenwel in haar weigering volhard. Daarin heeft het College aanleiding gezien om bij besluit van 20 augustus 2007 de bijstand van appellante met ingang van 14 augustus 2007 te beëindigen (lees: in te trekken). Hierbij heeft het College overwogen dat appellante de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden waardoor het recht op bijstand niet langer kan worden vastgesteld.

1.4. Bij besluit van 31 oktober 2007 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 20 augustus 2007 ongegrond verklaard. Daarbij heeft het College overwogen dat vanwege de erkenning door [K.] van het kind van appellante mag worden getwijfeld aan de juistheid van de door appellante verstrekte inlichtingen omtrent haar woonsituatie.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van

31 oktober 2007 ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad stelt vast dat het College de intrekking van bijstand niet heeft beperkt tot een bepaalde periode. Volgens vaste rechtspraak van de Raad - zie onder meer de uitspraak van 18 juli 2006 (LJN AY5142) - bestrijkt de beoordeling door de bestuursrechter in een dergelijk geval de periode vanaf de datum met ingang waarvan de bijstand is ingetrokken tot en met de datum van het primaire intrekkingsbesluit. Dit betekent dat hier beoordeeld dient te worden de periode van 14 augustus 2007 tot en met 20 augustus 2007.

4.2.1. Artikel 17, eerste lid, van de WWB bepaalt, voor zover hier van belang, dat de belanghebbende aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling doet van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de belanghebbende verplicht is aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.

4.2.2. Artikel 53a, tweede lid, van de WWB bepaalt dat het college bevoegd is om onderzoek in te stellen naar de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens en zonodig naar andere gegevens die noodzakelijk zijn voor de verlening dan wel voortzetting van bijstand.

4.2.3. Indien de belanghebbende de inlichtingen- of medewerkingsverplichting niet in voldoende mate nakomt en als gevolg daarvan niet kan worden vastgesteld of de belanghebbende verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de WWB, kan naar vaste rechtspraak de bijstand worden geweigerd, beëindigd of ingetrokken.

4.3. Eveneens volgens vaste rechtspraak van de Raad kunnen aan het niet meewerken aan een huisbezoek eerst gevolgen worden verbonden (in de vorm van het weigeren, beëindigen of intrekken van de bijstand) indien voor dat huisbezoek in het individuele geval een redelijke grond bestaat. Van een dergelijke grond is sprake indien op basis van concrete feiten en omstandigheden redelijkerwijs kan worden getwijfeld aan de juistheid of volledigheid van de door betrokkene omtrent zijn woon- en leefsituatie verstrekte inlichtingen, voor zover deze gegevens onmiskenbaar van belang zijn voor het vaststellen van de omvang van het recht op bijstand en deze gegevens niet op een voor betrokkene minder belastende wijze kunnen worden geverifieerd.

4.4. De Raad is, anders dan de rechtbank, van oordeel, dat in dit geval geen redelijke grond bestond voor het doen van een huisbezoek op 14 augustus 2007. Naar het oordeel van de Raad wijst de enkele erkenning van het kind van appellante door [K.] niet op het bestaan van een gezamenlijke huishouding en kan derhalve op grond van dit feit als zodanig niet redelijkerwijs worden getwijfeld aan de juistheid van de door appellante over haar woon- en leefsituatie verstrekte inlichtingen. Noch de omstandigheid dat appellante en [K.] in het verleden met elkaar gehuwd zijn geweest en een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd noch de omstandigheid dat appellante overleg heeft gehad met haar advocaat en in haar weigering heeft volhard, doen hier aan af. De Raad is voorts van oordeel dat indien het College het vermoeden had dat er sprake was van een gezamenlijks huishouding, het College had moeten bezien of gebruik had kunnen worden gemaakt van voor appellante minder ingrijpende onderzoeksmiddelen dan een huisbezoek. Daarbij acht de Raad van belang dat uit de rapportage van 15 augustus 2007 noch uit hetgeen in het verweerschrift hierover is uiteengezet blijkt, dat appellante op 14 augustus 2007 over haar woonsituatie, anders dan over de erkenning van het kind door [K.], is gehoord. De Raad komt op grond van het vorenstaande dan ook tot de conclusie dat appellante niet kan worden tegengeworpen dat zij haar medewerking aan het huisbezoek heeft geweigerd.

4.5. Het voorgaande betekent dat er geen sprake was van schending van de op appellante rustende inlichtingenverplichting, zodat het College niet bevoegd was om met toepassing van artikel 54, derde lid, aanhef onder a, van de WWB de bijstand in te trekken met ingang van 14 augustus 2007. Hieruit volgt dat het hoger beroep slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen zal de Raad het beroep gegrond verklaren en het besluit van 31 oktober 2007 vernietigen. De Raad ziet voorts aanleiding om, met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, het besluit van 20 augustus 2007 te herroepen, nu dit besluit berust op dezelfde ondeugdelijk gebleken grondslag en niet aannemelijk is dat dit gebrek kan worden hersteld.

5. De Raad ziet aanleiding het College te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze kosten worden begroot op € 644,-- in beroep en € 322,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 31 oktober 2007 gegrond en vernietigt dit besluit;

Herroept het besluit van 20 augustus 2007;

Veroordeelt het College in de (proces)kosten van appellante tot een bedrag van

€ 966,--;

Bepaalt dat het College aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 146,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham als voorzitter en W.F. Claessens en N.M. van Waterschoot als leden, in tegenwoordigheid van R. Scheffer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 november 2010.

(get.) A.B.J. van der Ham.

(get.) R. Scheffer.

HD