Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO3556

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-10-2010
Datum publicatie
10-11-2010
Zaaknummer
09-536 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand. Voor de kosten van medische zorg dienen de Zvw en de AWBZ in beginsel als toereikende en passende voorzieningen te worden beschouwd. Geen sprake van zeer dringende redenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/536 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 18 december 2008, 07/1768 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

1. het dagelijks bestuur van de regionale sociale dienst Pentasz Mergelland, gevestigd te Gulpen (hierna: Dagelijks Bestuur),

en

2. het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Margraten (hierna: College)

Datum uitspraak: 26 oktober 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.H.A. Brauer, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld.

Het Dagelijks Bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2010. Appellant is, zoals tevoren bericht, niet verschenen. Het Dagelijks Bestuur en het College hebben zich laten vertegenwoordigen door M.T.P.P. Gijsens, werkzaam bij het openbaar lichaam Pentasz Mergelland.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant heeft bijzondere bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) aangevraagd ter voorziening in de kosten van een alternatieve behandeling van de ziekte van Lyme. In verband met de allergie van appellant voor reguliere antibiotica is gekozen voor een behandeling, bestaande uit het toedienen van infusen met natuurlijke antibiotica. De kosten daarvan zijn geschat op € 4.000,-- tot € 7.000,--.

1.2. Onder verwijzing naar het uitgebrachte advies door de GGD heeft het Dagelijks Bestuur bij besluit van 6 juni 2007 op deze aanvraag afwijzend beslist omdat de kosten niet als noodzakelijk zijn aan te merken. De GGD is na onderzoek tot de conclusie gekomen dat in het reguliere medische circuit niet is vastgesteld dat appellant de ziekte van Lyme heeft en dat ook de allergie voor reguliere antibiotica niet in het reguliere medische circuit is vastgesteld. Bij besluit van 3 december 2007 heeft het Dagelijks Bestuur het bezwaar tegen het besluit van 6 juni 2007 ongegrond verklaard. Aan dit besluit op bezwaar is ten grondslag gelegd dat voor de kosten van een medische behandeling de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) zijn aan te merken als voorliggende en passende voorzieningen, terwijl geen sprake is van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB.

2. Bij de aangevallen uitspraak - voor zover hier van belang - heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 3 december 2007 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het besluit van 3 december 2007 niet bevoegd is genomen en dat het College, het bevoegde bestuursorgaan, dit besluit heeft bekrachtigd.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd gekeerd tegen de aangevallen uitspraak voor zover de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 3 december 2007 in stand heeft gelaten.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat voor de kosten van medische zorg de Zvw en de AWBZ in beginsel als aan de WWB voorliggende, toereikende en passende voorzieningen dienen te worden beschouwd zodat artikel 15, eerste lid, van de WWB in de weg staat aan de verlening van bijzondere bijstand voor de gevraagde kosten en dat er voorts geen sprake is van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB. In de gedingstukken is geen steun te vinden voor het standpunt van appellant dat gelet op zijn gezondheidstoestand sprake is van een noodsituatie en dat de behandeling, bestaande uit het toedienen van infusen met natuurlijke antibiotica, direct noodzakelijk was. De omstandigheid dat appellant, zoals aangevoerd, volledig arbeidsongeschikt is in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering kan op zichzelf niet leiden tot de conclusie dat sprake is van een noodsituatie als hiervoor bedoeld.

4.2. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient, voor zover aangevochten, te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van C. de Blaeij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2010.

(get.) J.F. Bandringa.

(get.) C. de Blaeij.