Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO3285

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-11-2010
Datum publicatie
09-11-2010
Zaaknummer
09-4788 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WIA-uitkering. Geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de vastgestelde beperkingen. Voldoende arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4788 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 21 juli 2009, 09/200 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 5 november 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. F. Reith, werkzaam bij Klaverblad Rechtsbijstand Stichting te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Namens appellante zijn aanvullende stukken ingediend, waarop het Uwv heeft gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 maart 2010, waar appellante is verschenen bijgestaan door mr. Reith, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.H.J. Ambrosius.

De Raad heeft de behandeling geschorst teneinde appellante in de gelegenheid te stellen nadere stukken aan het Uwv te doen toekomen.

Namens appellante zijn vervolgens stukken ingediend, waarop het Uwv heeft gereageerd.

Op de zitting van de Raad van 24 september 2010 is het geding wederom ter behandeling aan de orde gesteld. Appellante en haar gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Ambrosius.

II. OVERWEGINGEN

1. Het beroep van appellante is gericht tegen het besluit van 28 januari 2009 (hierna: bestreden besluit), waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn ter uitvoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) genomen besluit van

24 november 2008. Daarbij is bepaald dat dat WIA-uitkering van appellante met ingang van 25 januari 2009 wordt ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar medische beperkingen zijn onderschat en dat een urenbeperking is geïndiceerd. Ter ondersteuning hiervan is informatie van haar behandelaars overgelegd. Appellante heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat zij om medische redenen minder uren is gaan werken en ter onderbouwing zijn stukken van de Stichting Overige Activiteiten Werkvoorziening en AMG arbo management groep en een als bijlage bijgevoegde medische bijlage verstrekt. Ten slotte is de medische geschiktheid van de geduide functies bestreden.

4. De Raad overweegt het volgende.

4.1. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het onderzoek en de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsartsen en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de bij appellante vastgestelde beperkingen. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat alle informatie van de behandelaars kenbaar is meegewogen en dat in bezwaar de Functionele Mogelijkhedenlijst is aangepast. Ook is door de bezwaarverzekeringsarts afdoende gemotiveerd waarom geen urenbeperking is aangenomen. Het standpunt van appellante dat zij om medische redenen minder is gaan werken, onderschrijft de Raad niet, nu de Raad met het Uwv vaststelt, dat de verstrekte medische informatie ziet op een datum na 1 september 2000. Deze medische gegevens geven geen uitsluitsel over de redenen om per 1 september 2000 de arbeidstijd terug te brengen.

4.2. De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, geen aanknopingspunten om ervan te uit te gaan dat de in aanmerking genomen functies in medisch opzicht niet geschikt zijn voor appellante.

4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep van appellante niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 november 2010.

(get.) R.C. Stam.

(get.) M.A. van Amerongen.

CVG