Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO2843

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-11-2010
Datum publicatie
04-11-2010
Zaaknummer
09-4006 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-verschoonbare termijnoverschrijding indiening bezwaarschrift. Appellante was gedurende de bezwaartermijn niet buiten staat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4006 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 29 mei 2009, 08/2908 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge (hierna: College)

Datum uitspraak: 2 november 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.J.M. Boot, advocaat te Steenbergen, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 september 2010. Appellante is niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.A. den Ottelander, werkzaam bij de gemeente Halderberge.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Bij besluit van 14 december 2007 (verzonden 20 december 2007) heeft het College appellante een maatregel opgelegd, inhoudende dat de bijstand met ingang van 1 januari 2008 voor de duur van een maand met 5% wordt verlaagd.

1.2. Op 5 februari 2008 heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het besluit van 14 december 2007.

1.3. Bij besluit van 6 mei 2008 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 14 december 2007 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 6 mei 2008 ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat de wettelijke termijn van zes weken voor het maken van bezwaar ten tijde van de indiening van het bezwaarschrift was verstreken.

4.2. Op grond van artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) blijft niet-ontvankelijkverklaring ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante in verzuim is geweest.

4.3. Appellante stelt zich op het standpunt dat zij vanwege haar psychische gezondheidstoestand niet in staat is geweest tijdig bezwaar te maken.

4.4. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding zoals bedoeld in artikel 6:11 van de Awb. Ook voor de Raad is niet komen vast te staan dat appellante gedurende de bezwaartermijn in verband met haar psychische gezondheidssituatie buiten staat was om een - al dan niet voorlopig - bezwaarschrift in te (laten) dienen. Dit leidt de Raad - anders dan appellante - niet af uit het enkele feit dat appellante ten tijde in geding was vrijgesteld van haar sollicitatieverplichting. Door appellante zijn ook in hoger beroep geen (medische) stukken overgelegd waaruit zou kunnen blijken dat appellante ter zake van de termijnoverschrijding geen verwijt treft.

4.5. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient derhalve te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van J. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 november 2010.

(get.) A.B.J. van der Ham.

(get.) J. de Jong.

EK