Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO2840

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-11-2010
Datum publicatie
04-11-2010
Zaaknummer
10-117 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitkeringsduur. Het Uwv heeft op goede gronden besloten dat de periode na herleving van de WW-uitkering twee jaar minus 3 maanden bedraagt. Hiervan uitgaande is de einddatum terecht op 29 juli 2010 gesteld. Nu er een wijziging is gekomen in de situatie vanwege een ziekteperiode, zijn bij de vaststelling van de herlevingsduur de eerste drie maanden waarin ziekengeld werd ontvangen buiten beschouwing gelaten met als gevolg dat niet 31 oktober 2010 de einddatum van de WW-uitkering is maar 29 juli 2010.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/117 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank `s-Hertogenbosch van 30 november 2009, 08/4434 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 3 november 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Op 9 september 2010 heeft appellant nog een aantal stukken ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 september 2010. Appellant is in persoon verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.E.G. de Jong.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor de feiten verwijst de Raad naar hetgeen daaromtrent door de rechtbank in de aangevallen uitspraak is weergegeven. Die feiten vormen, gelet op de inhoud van de gedingstukken, ook voor de Raad uitgangspunt voor zijn beoordeling van het onderhavige geschil.

2. In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of de rechtbank kan worden gevolgd in haar oordeel over het bestreden besluit van 11 november 2008. De Raad beantwoordt die vraag bevestigend en stelt zich achter hetgeen in de aangevallen uitspraak is overwogen. Ook naar het oordeel van de Raad heeft het Uwv, gelet op artikel 43, eerste en tweede lid, van de Werkloosheidswet (WW), zoals dat artikel luidde ten tijde van belang, op goede gronden besloten dat de periode na herleving van de WW-uitkering twee jaar minus 3 maanden bedraagt. Hiervan uitgaande is de einddatum terecht op 29 juli 2010 gesteld.

3. Met betrekking tot hetgeen appellant tegen de vaststelling van die einddatum heeft aangevoerd merkt de Raad het volgende op. Aan het besluit van 15 december 2005, waarbij appellant een WW-uitkering is toegekend over de periode van 1 november 2005 tot en met 31 oktober 2008, heeft appellant wat de einddatum van de loongerelateerde en vervolguitkering betreft niet de door hem gestelde verwachtingen kunnen ontlenen. In dat besluit is expliciet vermeld dat appellant gedurende voormelde periode een loongerelateerde uitkering zou ontvangen indien er niets in zijn situatie zou veranderen. Nu in die situatie een wijziging is gekomen vanwege een ziekteperiode, zijn bij de vaststelling van de herlevingsduur de eerste drie maanden waarin ziekengeld werd ontvangen buiten beschouwing gelaten met als gevolg dat niet 31 oktober 2010 de einddatum van de WW-uitkering is maar 29 juli 2010.

Dat appellant dit ervaart als onrechtvaardig kan niet leiden tot een afwijking van de toepasselijke bepalingen, net zo min als het feit dat het Uwv aanvankelijk een onjuiste grondslag voor het bestreden besluit heeft gekozen.

4. Het voorgaande leidt ertoe dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 november 2010.

(get.) H.G. Rottier

(get.) P. Boer

RH