Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO1873

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-10-2010
Datum publicatie
27-10-2010
Zaaknummer
09-3961 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning enkelvoudige kinderbijslag ten behoeve van de zoon van appellant met ingang van het vierde kwartaal van 2007, op de grond dat de opleiding van de Stichting Al Islah aan de gestelde eisen blijkt te voldoen, zodat de opleiding met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2007 als onderwijs in de zin van de AKW kan worden aangemerkt. Nu gebleken is dat vanaf 1 oktober 2007 een bijdrage in het onderhoud van [naam zoon] wordt geleverd van minimaal € 400,00 per kwartaal, maar minder dan € 1.061,00 per kwartaal wordt enkelvoudige kinderbijslag toegekend. De Svb heeft terecht geoordeeld dat ten behoeve van de zoon van appelant vanaf het vierde kwartaal van 2007 geen recht op tweevoudige kinderbijslag bestaat, aangezien niet kan worden aangetoond dat aan onderhoudskosten een bedrag van ten minste € 1.061,00 is bijgedragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3961 AKW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 mei 2009, 08/4924 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 22 oktober 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H.A.T. Vijftigschild, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingezonden.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juli 2010. Voor appellant is mr. Vijftigschild verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 29 februari 2008 heeft de Svb vanaf het vierde kwartaal van 2007 kinderbijslag geweigerd ten behoeve van appellants [naam zoon], geboren [in] 1991, op de grond dat [naam zoon] op de eerste dag van dat kwartaal geen onderwijs volgde dat kan worden aangemerkt als onderwijs in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en ook niet als werkzoekende stond ingeschreven bij het Centrum voor werk en inkomen (CWI).

1.2. Namens appellant is bezwaar gemaakt tegen het onder 1.1 genoemde besluit, waarbij is aangevoerd dat [naam zoon] vanaf eind augustus 2007 een beroepsopleiding tot imam volgt bij de Stichting Al Islah, instituut voor opvoeding en onderwijs te Lochem en daarmee onderwijs volgt zoals bedoeld is in artikel 7 van de AKW.

1.3. Bij besluit van 16 oktober 2008 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar tegen het besluit van 29 februari 2008 gegrond verklaard en enkelvoudige kinderbijslag toegekend ten behoeve van [naam zoon] met ingang van het vierde kwartaal van 2007. De Svb heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de opleiding van de Stichting Al Islah aan de gestelde eisen blijkt te voldoen, zodat de opleiding met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2007 als onderwijs in de zin van de AKW kan worden aangemerkt. Nu gebleken is dat vanaf 1 oktober 2007 een bijdrage in het onderhoud van [naam zoon] wordt geleverd van minimaal € 400,00 per kwartaal, maar minder dan € 1.061,00 per kwartaal wordt enkelvoudige kinderbijslag toegekend.

1.4. In beroep is namens appellant aangegeven dat de kosten voor opleiding en onderhoud van [naam zoon] geheel voor zijn rekening komen en in ieder geval meer dan € 1.061,00 per kwartaal bedragen. Met een ingezonden specificatie van kosten stelt appellant aan te tonen dat hij aan onderhoud en schoolkosten voor [naam zoon] ongeveer € 1.350,00 per kwartaal besteedt. Om deze reden zou er voor [naam zoon] recht bestaan op tweevoudige kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal van 2007.

2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak onder meer overwogen dat met de in beroep ingezonden specificatie van kosten geen begin van bewijs is geleverd dat aan onderhoudskosten ten behoeve van [naam zoon] per kwartaal € 1.350,00 is uitgegeven en heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep is namens appellant wederom aangevoerd dat appellant voldoende heeft bijgedragen aan het onderhoud van [naam zoon], zodat voldaan wordt aan de voorwaarden voor de toekenning van tweevoudige kinderbijslag. Verwezen wordt naar de in beroep ingezonden specificatie van onderhoudskosten en naar een aantal nog als bijlage bij het hoger beroepschrift ingezonden verklaringen over kosten van opleiding bij de Stichting Al Islah.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. Volgens artikel 7, derde lid, aanhef, en onder b, van de AKW bestaat voor een kind van 16 of 17 jaar dat niet tot het huishouden van de verzekerde behoort noch als eigen kind, aangehuwd of pleegkind tot het huishouden van een ander, recht op tweevoudige kinderbijslag indien het door de verzekerde grotendeels wordt onderhouden. Ingevolge de artikelen 5 en 10 van het Besluit Onderhoudsvoorwaarden Kinderbijslag onderhoudt de verzekerde een kind in belangrijke mate als hij een bijdrage in het onderhoud van het kind levert van ten minste € 400,00 per kwartaal. Om voor tweevoudige kinderbijslag in aanmerking te komen, diende in het tijdvak in dit geding van belang een onderhoudsbijdrage geleverd te worden van € 1.061,00 per kwartaal.

4.3. Tussen partijen is in geschil of de Svb terecht heeft geoordeeld dat ten behoeve van [naam zoon] vanaf het vierde kwartaal van 2007 geen recht op tweevoudige kinderbijslag bestaat, aangezien niet kan worden aangetoond dat aan onderhoudskosten een bedrag van ten minste € 1.061,00 is bijgedragen.

4.4. Appellant heeft over de hoogte van de betaalde geldbedragen ten behoeve van het onderhoud van [naam zoon] in de loop van de procedure wisselende verklaringen afgelegd. Aanvankelijk heeft appellant in een door hem ondertekende en op 6 oktober 2007 gedateerde verklaring ingevuld dat hij daadwerkelijk aan onderhoudskosten € 200,00 per maand heeft bijgedragen. Vervolgens heeft hij in beroep met een specificatie van kosten trachten aan te tonen dat per kwartaal ongeveer € 1.350,00 aan onderhoudskosten voor [naam zoon] is besteed. In hoger beroep zijn verklaringen ingezonden van de Stichting Al Islah met een uitsplitsing van gemaakte studiekosten tot een totaalbedrag van € 1430,00 per kwartaal en is namens appellant nog aangegeven dat een bedrag van ongeveer € 950,00 per kwartaal aan het internaat contant is betaald.

4.5. Naar het oordeel van de Raad kan geen doorslaggevende betekenis worden toegekend aan de verklaringen die in beroep en hoger beroep zijn ingezonden nu deze alle achteraf zijn opgesteld en over de daadwerkelijk betaalde bedragen geen duidelijkheid geven. De Raad wijst er bovendien op dat van de in eerste aanleg gestelde contante betaling aan de Stichting Al Islah van een bedrag van € 950,00 elk bewijs in de vorm van bijvoorbeeld een nota dan wel een kwitantie ontbreekt. Nu de vereiste onderhoudsbijdrage aanzienlijk hoger ligt dan het bedrag dat appellant aanvankelijk heeft opgegeven en gezien het vorenstaande niet voldoende is aangetoond dat hij daadwerkelijk tot een hoger bedrag heeft bijgedragen, kan niet worden vastgesteld dat appellant zijn [naam zoon] vanaf het vierde kwartaal van 2007 grotendeels heeft onderhouden. Derhalve komt appellant niet in aanmerking voor toekenning van tweevoudige kinderbijslag.

5. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep faalt zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor als voorzitter en J. Brand en G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2010.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) M. Mostert.

IvR