Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO1792

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-10-2010
Datum publicatie
27-10-2010
Zaaknummer
09-716 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand voor de aanschaf van een wasmachine, een gasstel en een televisie. Op de grond dat de goederen voorafgaand aan de aanvraag zijn aangeschaft en de noodzaak daarvan niet meer kan worden vastgesteld. In hetgeen appellante heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanknopingspunten voor het oordeel dat sprake is van zodanig bijzondere omstandigheden dat in haar geval een uitzondering moet worden gemaakt op de hoofdregel dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend. De door appellante hiertoe aangevoerde noodzaak tot verhuizing is op geen enkele wijze met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/716 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 24 december 2008, 08/469 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidhorn (hierna: College)

Datum uitspraak: 19 oktober 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. B. van Dijk, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 7 september 2010, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante heeft op 15 augustus 2007 een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend voor de aanschaf van een wasmachine, een gasstel en een televisie.

1.2. Bij besluit van 26 september 2007 heeft het College de aanvraag van appellante om bijzondere bijstand afgewezen op de grond dat de goederen voorafgaand aan de aanvraag zijn aangeschaft en de noodzaak daarvan niet meer kan worden vastgesteld.

1.3. Bij besluit van 8 april 2008 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 26 september 2007 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 8 april 2008 ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellante heeft daarbij aangevoerd dat de artikelen 43 en 44 van de WWB alleen betrekking hebben op algemene bijstand en niet op bijzondere bijstand. Daarnaast is zij van oordeel dat er, vanwege een noodzakelijke verhuizing van Stadskanaal naar Aduard, sprake is van bijzondere omstandigheden die bijstandsverlening rechtvaardigen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Volgens vaste rechtspraak van de Raad inzake de toepassing van de artikelen 43 en 44 van de WWB wordt in beginsel geen bijstand verleend over een periode voorafgaand aan de datum waarop de bijstandsaanvraag is ingediend. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken wanneer bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Anders dan appellante heeft gesteld, blijkt uit de tekst van de artikelen 43 en 44 van de WWB noch de geschiedenis van de totstandkoming daarvan dat deze artikelen uitsluitend zien op algemene bijstand.

4.2. Uit een factuur van Mediaword blijkt - en dat is tussen partijen niet in geschil - dat appellante de goederen waarvoor zij bijzondere bijstand heeft aangevraagd eind oktober 2006 heeft aangeschaft. Hiermee staat vast dat de aanvraag om bijzondere bijstand betrekking heeft op kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend, ook wanneer in aanmerking wordt genomen dat appellante voor de eerste keer op 27 november 2006, tijdens het intakegesprek naar aanleiding van haar aanvraag om algemene bijstand vanwege haar verhuizing van Stadskanaal naar Aduard, de factuur van Mediaworld had overgelegd met het verzoek om vergoeding van de door haar gemaakte kosten voor de aanschaf van deze goederen.

4.3. In hetgeen appellante heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanknopingspunten voor het oordeel dat sprake is van zodanig bijzondere omstandigheden dat in haar geval een uitzondering moet worden gemaakt op de hoofdregel dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend. De door appellante hiertoe aangevoerde noodzaak tot verhuizing is op geen enkele wijze met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwd.

4.4. De Raad komt op grond van hetgeen in 4.1 tot en met 4.3 is overwogen tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt en het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding dient te worden afgewezen.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;

Wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en O.L.H.W.I. Korte en W.F. Claessens als leden, in tegenwoordigheid van J. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2010.

(get.) N.J. van Vulpen-Grootjans.

(get.) J. de Jong.

HD