Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO1289

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-10-2010
Datum publicatie
21-10-2010
Zaaknummer
09-6502 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6502 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 oktober 2009, 08/1343 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 20 oktober 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.A.K. Kuipers, werkzaam bij FNV Bondgenoten te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 september 2010, waar beide partijen met voorafgaande kennisgeving niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante is op 17 april 1995 uit haar functie van medewerkster linnenkamer vanwege whiplashklachten uitgevallen. Per einde wachttijd is haar een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar de klasse 80 tot 100%.

2.1. Het beroep van appellante is gericht tegen het besluit van 26 maart 2008 (hierna: bestreden besluit), waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 19 oktober 2007. Daarbij is bepaald dat de WAO-uitkering van appellante per 20 december 2007 wordt ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.

2.2. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het Uwv in onvoldoende mate rekening heeft gehouden met haar beperkingen en dat ten onrechte geen urenbeperking in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) is aangenomen.

4. De Raad overweegt het volgende.

4.1. De Raad stelt vast dat het hoger beroep van appellante zich richt tegen de intrekking van de WAO-uitkering van appellante per 20 december 2007. De Raad kan zich geheel verenigen met hetgeen de rechtbank omtrent de medische beoordeling heeft overwogen. Ook de Raad ziet geen aanknopingspunten om de conclusies van het Uwv met betrekking tot de belastbaarheid van appellante in zijn rapporten van 13 februari 2008/13 maart 2008, 25 augustus 2008 en 9 september 2009 onjuist te achten. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat appellante door de bezwaarverzekeringsarts is onderzocht, dat deze arts informatie van de huisarts heeft meegewogen en aanleiding heeft gevonden om de FML aan te passen. Nu appellante aan haar standpunt dat haar beperkingen zijn onderschat en dat een urenbeperking is geïndiceerd geen medische onderbouwing heeft gegeven is voor de Raad aldus genoegzaam komen vast te staan dat de FML juist is vastgesteld.

4.2. De Raad ziet, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, evenmin grond voor het oordeel dat de appellante voorgehouden functies voor haar in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn.

4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.M. van de Kerkhof, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2010.

(get.) C.P.M. van de Kerkhof.

(get.) M.A. van Amerongen.

TM