Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO1255

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-10-2010
Datum publicatie
21-10-2010
Zaaknummer
09-3677 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Plan van aanpak, waarin geconcludeerd is dat appellant tijdelijk geen re-integratiemogelijkheden heeft, maar in de toekomst wel. Het Plan van aanpak is gericht op rechtsgevolg en is derhalve een besluit. De beslissing over het opleggen van re-integratieverplichtingen in de toekomst zal mede afhankelijk zijn van het resultaat van medisch onderzoek en eventuele behandeling, zodat daarover thans door het Uwv nog niet is of kan worden beslist. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd kan dan ook naar het oordeel van de Raad niet afdoen aan de juistheid van het bestreden besluit.

Wetsverwijzingen
Ziektewet 29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RSV 2011/3
NJB 2010, 2019
USZ 2010/340
JB 2010/263
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3677 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 mei 2009, 08/4213 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 13 oktober 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E.D.B. Groeneweg, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 december 2009. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J.G. Lindeman.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft zich vanuit een situatie waarin hij een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontving per 15 februari 2008 ziek gemeld in verband met gewrichtsklachten.

1.2. Op 28 maart 2008 heeft appellant een gesprek gehad met de verzekeringsarts. Deze heeft naar aanleiding daarvan het Plan van aanpak van 4 april 2008 (Plan van aanpak) opgesteld. Daarin is geconcludeerd dat appellant tijdelijk geen re-integratiemogelijkheden heeft, maar in de toekomst wel. Voorlopig zal eerst het resultaat van onderzoek en eventuele behandeling worden afgewacht. Bij brief van 9 april 2008 heeft het Uwv aan appellant het Plan van aanpak toegezonden en zijn de gemaakte afspraken bevestigd.

1.3. Appellant heeft tegen het Plan van aanpak bezwaar gemaakt. Het bezwaar is bij besluit van 29 augustus 2008 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat in het Plan van aanpak ten onrechte is geconcludeerd dat appellant tijdelijk geen re-integratiemogelijkheden heeft, maar in de toekomst wel. Volgens appellant moet worden vastgesteld dat de toekomst nog onduidelijk is. Het Uwv heeft dit standpunt betwist.

4.1. De Raad dient te beoordelen of het Plan van aanpak een besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ingevolge deze bepaling wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

4.2. In artikel 26, eerste lid, tweede volzin, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is bepaald dat het Uwv in overleg met de verzekerde die op grond van artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b, c of d van de Ziektewet recht heeft op ziekengeld een plan van aanpak opstelt. Ingevolge artikel 26, eerste lid, vierde volzin, van de Wet WIA is artikel 30a, derde en vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) van overeenkomstige toepassing, waarbij voor re-integratievisie telkens wordt gelezen: het plan van aanpak. In artikel 30a, derde lid, van de Wet SUWI is - ten tijde hier van belang - bepaald dat indien de re-integratievisie daartoe aanleiding geeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een plan laat opstellen gericht op behoud en verkrijging van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid en inschakeling in arbeid. Ingevolge artikel 30a, vierde lid, van de Wet SUWI - zoals dit luidde ten tijde hier van belang - worden in het re-integratieplan rechten en plichten van de uitkeringsgerechtigde vermeld voor zover die niet in de re-integratievisie zijn vermeld. In artikel 4, tweede lid, van de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar voor vangnetters zonder werkgever (Stcrt. 24 juli 2007, nr. 140) zijn de onderdelen opgesomd die het plan van aanpak in ieder geval moet omvatten, waaronder de door de vangnetter te ondernemen activiteiten en de evaluatiemomenten.

4.3. De rechtbank heeft het Plan van aanpak als besluit aangemerkt, overwegende dat de uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen daarin bindend zijn vastgesteld en uit het Plan van aanpak volgt dat appellant voorlopig geen re-integratieactiviteiten hoeft uit te voeren.

4.4. Het Uwv heeft betoogd dat het Plan van aanpak een rechtshandeling omvat. In zijn visie is de vaststelling dat er in de toekomst wel re-integratiemogelijkheden zijn op rechtsgevolg gericht. Voorts is het rechtsgevolg gelegen in de conclusie dat voorlopig geen re-integratieactiviteiten plaatsvinden.

4.5. De Raad constateert dat in de onder 4.2 weergegeven wettelijke bepalingen tot uitdrukking is gebracht dat het plan van aanpak als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet WIA op één lijn moet worden gesteld met de re-integratievisie. In zijn uitspraak van 23 september 2009, LJN BJ8466, heeft de Raad een oordeel gegeven over de vraag of de re-integratievisie die is vastgesteld in het kader van de re-integratietaak van het Uwv, zoals neergelegd in artikel 30, eerste lid, van de Wet SUWI, als een besluit dient te worden aangemerkt. Het oordeel van de Raad luidde - onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis - dat met de mededeling in de re-integratievisie dat geen re-integratie-instrumenten zullen worden ingezet een rechtsvaststelling heeft plaatsgevonden met betrekking tot aanspraken van de betrokkene en dat de re-integratievisie in zoverre op rechtsgevolg is gericht. In de wetsgeschiedenis is de bedoeling tot uitdrukking gebracht dat ook tegen een afwijzing van het verzoek om ondersteuning bij arbeidsinschakeling bezwaar en beroep open staat (TK 2004-2005, 30 034, nr. 3, blz. 169).

4.6. De Raad overweegt dat in het Plan van aanpak is aangegeven dat, voordat re-integratieactiviteiten worden ondernomen, voorlopig eerst het resultaat van medisch onderzoek en eventuele behandeling zal worden afgewacht. Daarmee is vastgesteld dat - ten tijde van het opstellen van het Plan van aanpak - geen re-integratieactiviteiten behoeven te worden ondernomen door appellant en geen re-integratiemiddelen worden ingezet. Naar het oordeel van de Raad is deze vaststelling gericht op rechtsgevolg en is het Plan van aanpak derhalve een besluit.

4.7. Appellant - zo begrijpt de Raad - beoogt met zijn bezwaar en (hoger) beroep tegen (de handhaving van) het Plan van aanpak te voorkomen dat hem in de toekomst re-integratieverplichtingen zullen worden opgelegd. De Raad overweegt dat de beslissing over het opleggen van re-integratieverplichtingen in de toekomst mede afhankelijk zal zijn van het resultaat van medisch onderzoek en eventuele behandeling, zodat daarover thans door het Uwv nog niet is of kan worden beslist. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd kan dan ook naar het oordeel van de Raad niet afdoen aan de juistheid van het bestreden besluit.

4.8. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak mitsdien voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en A.A.H. Schifferstein en M.C.M. van Laar als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2010.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) J.M. Tason Avila.

CVG