Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BO1235

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-10-2010
Datum publicatie
20-10-2010
Zaaknummer
09-2292 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking ziekengeld. Het Uwv is terecht van het werk als klassenassistent als maatstaf voor haar arbeid uitgegaan.

Raad onderschrijft in dit verband het commentaar van de bezwaarverzekeringsarts.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/2292 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 maart 2009, 08/4631 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 20 oktober 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A.G.B. Bergenhenegouwen, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 september 2010. Appellante is, zoals aangekondigd, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. Geldof.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante, laatstelijk werkzaam als klassenassistent, heeft van 10 november 2007 tot 9 maart 2008 ziekengeld ontvangen in verband met zwangerschaps- en bevallingsverlof. Na afloop van dit verlof heeft zij zich ziek gemeld vanwege rug- en buikklachten (keizersnede) ten gevolge van de bevalling. Met ingang van 9 maart 2008 is aan appellante een uitkering ingevolge artikel 29a, vierde lid, van de Ziektewet (ZW) toegekend.

1.2. Appellante heeft op 10 juni 2008 het spreekuur bezocht van de verzekeringsarts T. Urcun die haar, na onderzoek en verkregen informatie uit telefonisch overleg met de huisarts, met ingang van 17 juni 2008 hersteld verklaarde. Bij besluit van 12 juni 2008 heeft het Uwv appellante medegedeeld dat zij vanaf 17 juni 2008 geen recht meer heeft op een uitkering op grond van de ZW, omdat zij vanaf die datum geschikt geacht wordt voor haar arbeid. Bij besluit van 29 september 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv, onder verwijzing naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts

P. van de Merwe van gelijke datum, het bezwaar van appellante tegen het besluit van 12 juni 2008 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij betekenis toegekend aan de bevindingen en conclusie van de bezwaarverzekeringsarts.

3. In hoger beroep handhaaft appellante hetgeen zij reeds in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht. Appellante benadrukt in hoger beroep dat de ernst van haar buikklachten zijn onderschat. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft appellante in hoger beroep informatie ingebracht van chirurg prof. dr. J.F. Lange van 14 april 2009.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Ingevolge artikel 19, tweede lid, van de ZW heeft de vrouwelijke verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van haar arbeid die haar oorzaak vindt in zwangerschap of bevalling recht op ziekengeld overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde. Onder “haar arbeid” wordt verstaan het laatstelijk voor de aanvang van de ongeschiktheid feitelijk verrichte werk. Het Uwv is terecht van het werk als klassenassistent als maatstaf voor haar arbeid uitgegaan.

4.3. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Hetgeen appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht, heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen leiden. De Raad ziet in de door appellante in hoger beroep overgelegde informatie van chirurg Lange van

14 april 2009 geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad onderschrijft in dit verband het commentaar van de bezwaarverzekeringsarts Van de Merwe, zoals vermeld in diens rapport van 10 juni 2009. In zijn rapportage heeft de bezwaarverzekeringsarts naar het oordeel van de Raad voldoende gemotiveerd aangegeven dat de thans gestelde diagnose rectusdiastase, de klachten en de weging van de belastbaarheid van appellante op de datum in geding niet anders maakt.

5. Uit hetgeen is overwogen onder 4.2 en 4.3 volgt dat het hoger beroep van appellante niet slaagt en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.A.H. Schifferstein, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2010.

(get.) A.A.H. Schifferstein.

(get.) T.J. van der Torn.

NK