Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN9973

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-10-2010
Datum publicatie
11-10-2010
Zaaknummer
09-6667 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6667 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 oktober 2009, 09/1538 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 8 oktober 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R. Haze, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van appellante heeft bij brief van 15 februari 2010 een rapport van 1 februari 2010 van de neuroloog dr. J.W. Stenvers overgelegd. Hierop heeft het Uwv op 1 maart 2010 gereageerd door overlegging van het rapport van de bezwaarverzekeringsarts P. van de Merwe van 26 februari 2010.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2010. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het Uwv heeft zich - met voorafgaand bericht - niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante was werkzaam als administratief medewerkster. Voor deze werkzaamheden is zij op 18 augustus 1994 uitgevallen met whiplashklachten wegens een auto-ongeluk. Aan appellante is met ingang van 17 augustus 1995 onder andere een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) naar de klasse 80 tot 100% toegekend.

2. Appellante is in het kader van een herbeoordeling op 23 juli 2008 onderzocht door de verzekeringsarts A. de Cler. In een rapport van dezelfde datum heeft De Cler de nek-, rug- en schouderklachten beschreven. Op basis van de bevindingen van het lichamelijk en psychisch onderzoek concludeerde De Cler dat appellante beperkingen heeft ten aanzien van zwaar tillen, frequent reiken, boven schouderhoogte werken, lang zitten, veelvuldige deadlines, hoog handelingstempo en conflicthantering. De Cler stelde een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op. Bij het arbeidskundig onderzoek werd na functieduiding het verlies aan verdienvermogen berekend op 7,5%. Dienovereenkomstig trok het Uwv bij besluit van 3 oktober 2008 de WAO-uitkering van appellante met ingang van

4 oktober 2008 in.

3. In de bezwaarprocedure woog de bezwaarverzekeringsarts P. van de Merwe in een rapport van 16 maart 2009 de verkregen informatie van de neuroloog Stenvers van 31 augustus 2000 en de neuroloog J.F.H.M. Claes van 14 november 2008, en de verkregen informatie van de huisarts van 7 februari 2009 en 9 februari 2009.Van de Merwe concludeerde dat de functionele mogelijkheden van appellante terecht werden vastgesteld en dat daarbij voldoende rekening werd gehouden met alle medische problematiek van appellante. Tevens was er volgens Van de Merwe geen aanleiding om aan te nemen dat appellante geen duurzaam benutbare mogelijkheden had. Vervolgens wijzigde de bezwaararbeidsdeskundige J. Huisman in een rapport van 1 april 2009 het maatmanloon en berekende hij het verlies aan verdienvermogen op 31,69%. Hierna verklaarde het Uwv het door appellante tegen het besluit van 3 oktober 2008 gemaakte bezwaar bij besluit van 6 april 2009 gegrond. Het Uwv stelde de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante met ingang van 4 oktober 2008 onveranderd vast op 80 tot 100% en met ingang van 4 december 2008 op 25 tot 35%.

4.1. De rechtbank verklaarde bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante gericht tegen het besluit van 6 april 2009 (hierna: het bestreden besluit), ongegrond.

4.2. Wat betreft de medische grondslag van het bestreden besluit overwoog de rechtbank - kort gezegd - dat geen reden bestond om te twijfelen aan de juistheid van het medisch oordeel dat aan het bestreden besluit ten grondslag lag. Uit de in de bezwaarprocedure overgelegde en door Van de Merwe beoordeelde medische informatie, als hiervoor vermeld in overweging 3, bleek niet dat appellante op 4 december 2008 meer beperkingen ondervond dan waarvan de (bezwaar)verzekeringsarts is uitgegaan. Niet geconcludeerd kon worden dat het Uwv de functionele mogelijkheden van appellante onjuist heeft vastgesteld.

4.3. De rechtbank zag ten slotte geen aanleiding om de toelichtingen op de medische geschiktheid van de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde functies voor onjuist te houden.

5. In hoger beroep heeft appellante - kort gezegd - aangevoerd dat onvoldoende rekening wordt gehouden met haar daadwerkelijke beperkingen. Appellante ondervindt permanent pijn en is niet in staat de geduide functies uit te voeren. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft appellante een rapport van 1 februari 2010 van neuroloog Stenvers overlegd.

6.1. De Raad overweegt als volgt.

6.2. In het hoger beroep van appellante heeft de Raad geen aanleiding gezien over de medische grondslag van het bestreden besluit een ander oordeel te geven dan de rechtbank. De Raad ziet geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat bezwaarverzekeringsarts Van de Merwe de rapportages van 31 augustus 2000 en 1 februari 2010 van neuroloog Stenvers heeft betrokken. Uit het rapport van 31 augustus 2000 komt naar voren dat er bij appellante sprake is van een verminderde belastbaarheid van de nek en schoudergordel waardoor appellante niet meer langdurig aaneengesloten voorovergebogen zittend of staand werk kan verrichten. Appellante kan ook niet meer dan incidenteel boven het hoofd werken en is beperkt wat betreft bukken, reiken, duwen, trekken, zwaar tillen en dragen. Voorts kan appellante minder goed presteren onder tijdsdruk. Uit het rapport van Stenvers van 1 februari 2010 komt naar voren dat op basis van de anamnese, de huidige klachten en het neurologisch onderzoek, waarbij geen afwijkingen zijn gevonden, er geen veranderingen zijn ten opzichte van de situatie in augustus 2000. De Raad is niet gebleken dat de bezwaarverzekeringsarts, gezien deze bevindingen, de overige medische informatie en het onderzoek van de verzekeringsarts, niet voldoende beperkingen heeft opgenomen in de FML. Tevens ziet de Raad in de thans voorliggende medische gegevens onvoldoende aanknopingspunten voor een urenbeperking. Met Van de Merwe is de Raad van oordeel dat de door Stenvers bepleitte urenbeperking onvoldoende steun vindt in de bevindingen van zijn onderzoek.

6.3. Tevens is de Raad met de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit op een voldoende arbeidskundige grondslag berust. De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, geen grond om te oordelen dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies van elektromonteur (sbc-code 267010), wikkelaar, samensteller elektronische apparatuur (sbc-code 267050) en magazijn, expeditiemedewerker (sbc-code 111220) voor appellante in medisch opzicht niet geschikt te achten zijn. In dit verband merkt de Raad op dat in de rapportage van bezwaararbeidsdeskundige J. Huisman van 1 april 2009, gelezen in samenhang met de rapportage van arbeidsdeskundige H.C. van der Linden van 19 september 2008 de mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid in de geduide functies zijn voorzien van een voldoende inzichtelijke en toetsbare motivering.

6.4. Uit de overwegingen 6.1 tot en met 6.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

7. Voor een veroordeling van een partij in de proceskosten van een andere partij ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2010.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) M.A. van Amerongen.

NK