Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN9959

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-10-2010
Datum publicatie
11-10-2010
Zaaknummer
10-1335 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. De Raad is van oordeel dat de brief van de Svb van 4 november 2008 aangemerkt moet worden als een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. Door middel van deze brief vindt een rechtsvaststelling plaats met betrekking tot eventueel toekomstige aanspraken van betrokkene. Er is derhalve sprake van een publiekrechtelijke rechtshandeling, waartegen voor belanghebbenden het middel van bezwaar openstaat. Geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/1335 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 17 februari 2010, 09/569

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 8 oktober 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. B.J. Bloemendal, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand te Arnhem, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2010. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante heeft bezwaar aangetekend tegen het door de Svb op haar verzoek op 4 november 2008 afgegeven Svb Pensioenoverzicht. Haar bezwaarschrift is bij besluit van 22 april 2009 niet-ontvankelijk verklaard vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding.

2. Appellante heeft tegen dit besluit beroep aangetekend. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

3.1. Appellante is van die uitspraak in hoger beroep gekomen. Zij heeft hierbij haar standpunt herhaald dat het Svb Pensioenoverzicht geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat geen sprake is van een besluit als bedoeld in genoemd artikel, was het voor appellante niet mogelijk bezwaar aan te tekenen. De rechtbank had appellante derhalve alsnog niet-ontvankelijk moeten verklaren in haar bezwaarschrift.

3.2. Als tweede grond wordt aangevoerd dat er wel sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding, omdat appellante erop mocht vertrouwen dat het Svb Pensioenoverzicht louter informatief was bedoeld.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Met betrekking tot de vraag, of de brief van 4 november 2008 aangemerkt moet worden als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb, onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank. Zoals de Raad al eerder heeft overwogen, onder meer in zijn uitspraak van 11 september 1991, LJN AK9419, kan en moet een beslissing van een uitvoeringsinstelling als de onderhavige, waarbij, zonder dat een concrete uitkeringssituatie zich direct aandient, een rechtsvaststelling plaatsvindt ten aanzien van het al dan niet verzekerd zijn voor de volksverzekeringen, opgevat worden als een beslissing die verband houdt met het recht op uitkering.

4.3. In lijn met deze eerdere uitspraak is de Raad van oordeel dat de brief van de Svb van 4 november 2008 aangemerkt moet worden als een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. Door middel van deze brief vindt een rechtsvaststelling plaats met betrekking tot eventueel toekomstige aanspraken van betrokkene. Er is derhalve sprake van een publiekrechtelijke rechtshandeling, waartegen voor belanghebbenden het middel van bezwaar openstaat.

4.4. Naar het oordeel van de Raad is verder door de Svb terecht beslist dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. In het Svb Pensioenoverzicht is duidelijk aangegeven dat als appellante het hier niet mee eens was, zij voor 17 december 2008 haar bezwaren kon laten weten. Appellante had dus kunnen onderkennen dat ze, zelfs als zij in de veronderstelling zou zijn dat het om een informatieve brief zou gaan, voor 17 december 2008 moest reageren.

4.5. Het hoger beroep slaagt niet.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2010.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) R.L. Venneman.

TM