Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN9958

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-10-2010
Datum publicatie
11-10-2010
Zaaknummer
10-1400 Wajong
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag uitkering ingevolge de Wajong. De medische klachten van appellant waren uitgebreid bekend bij de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts en zijn door hen bij de beoordeling van de gezondheidstoestand van appellant en het opstellen van de functionele mogelijkhedenlijst betrokken. De Raad heeft zich kunnen verenigen met de aan de schatting als voor appellant passende arbeidsmogelijkheden ten grondslag gelegde functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/1400 Wajong

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 18 januari 2010, 09/249 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 8 oktober 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L.A.M. Hartman, advocaat te Mijdrecht, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een vraag van de Raad beantwoord.

Namens appellant zijn de gronden van het hoger beroep aangevuld en zijn nadere stukken ingezonden.

Het geding is aan de orde gesteld ter zitting op 10 september 2010. Partijen zijn met kennisgeving niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), zoals die luidden tot 1 januari 2010.

1.2. Appellant, geboren [in] 1970, heeft in januari 2008 bij het Uwv een aanvraag ingediend om hem in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de Wajong.

1.3. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit van 13 augustus 2008 de aanvraag van appellant afgewezen op de grond dat hij per [in] 1988, de dag waarop hij 18 jaar werd, minder dan 25% arbeidsongeschikt was.

1.4. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar is ongegrond verklaard bij besluit van 15 januari 2009 (hierna: bestreden besluit).

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Het betoog van appellant dat zijn beperkingen zijn onderschat, slaagt volgens de rechtbank niet. De medische klachten van appellant waren uitgebreid bekend bij de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts en zijn door hen bij de beoordeling van de gezondheidstoestand van appellant en het opstellen van de functionele mogelijkhedenlijst betrokken. In hetgeen appellant heeft aangevoerd en aan stukken heeft ingebracht, heeft de rechtbank geen aanknopingspunten gevonden om te oordelen dat appellant ten tijde hier van belang verder beperkt was dan is aangenomen. Voorts heeft de rechtbank zich kunnen verenigen met de aan de schatting als voor appellant passende arbeidsmogelijkheden ten grondslag gelegde functies.

3. Appellant heeft in hoger beroep zijn bezwaren tegen de medische grondslag van het bestreden besluit gehandhaafd. In het bijzonder houdt hij staande dat onvoldoende rekening is gehouden met de ernst van de bij hem bestaande knieklachten, clusterhoofdpijn en psychosociale klachten. Als gevolg van de ernst van zijn klachten acht appellant zich niet in staat tot het vervullen van de drie voorgehouden functies.

4.1. De Raad stelt vast dat in hoger beroep in essentie dezelfde gronden zijn aangevoerd als in beroep bij de rechtbank. Ten aanzien van deze beroepsgronden is de Raad van oordeel dat de rechtbank deze afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom deze niet slagen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen die daaraan ten grondslag hebben gelegen en verwijst daarnaar. Daaraan voegt de Raad nog het volgende toe.

4.2. Met betrekking tot de clusterhoofdpijnen heeft de verzekeringsarts in zijn rapport van 9 april 2008 geoordeeld dat appellant weliswaar reeds voor zijn 17e levensjaar last had van hoofdpijnklachten, maar niet in die mate dat deze zijn functioneren beïnvloedden. Met betrekking tot de knieklachten is de verzekeringsarts uitgegaan van een op onderdelen beperkte kniebelastbaarheid. Wat betreft de psychosociale problematiek, onder meer bestaande uit problemen voortvloeiend uit alcoholisme, echtscheiding en alleenstaand vaderschap, geldt ten slotte dat deze ten tijde van de datum in geding nog niet aan de orde was, maar van later dateert.

4.3. De Raad stelt vast dat appellant (ook) in hoger beroep geen medische stukken heeft ingebracht die zijn eigen opvatting in voldoende mate ondersteunt. De in hoger beroep ingebrachte verklaring van een werkgever, inhoudende dat appellant per 1 juli 1987 zijn dienstverband op medisch advies heeft moeten opzeggen, noch het schrijven van de Directie Dienstplichtzaken van het Ministerie van Defensie van 17 juni 1988, waaruit naar voren komt dat appellant blijvend ongeschikt is bevonden om de militaire dienstplicht te vervullen, kan als een toereikende onderbouwing worden gezien dat zijn beperkingen door de verzekeringsartsen zijn onderschat.

4.4. Aldus ervan uitgaande dat de belastbaarheid van appellant niet onjuist is gewaardeerd, heeft ook de Raad ten slotte in navolging van de rechtbank geen aanknopingspunten om ervan uit te gaan dat de bij de schatting betrokken functies niet passend zijn te achten voor appellant.

5. Uit hetgeen is overwogen in 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2010.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) M. Mostert.

EK