Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN9655

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-10-2010
Datum publicatie
07-10-2010
Zaaknummer
09-252 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op een WIA-uitkering, omdat een verlies van verdiencapaciteit is berekend van minder dan 35%. De belastbaarheid en de FML is juist vastgesteld. Voorgehouden functies zijn geschikt te achten. De bezwaararbeidsdeskundige heeft hetgeen appellant met betrekking tot het opleidingsniveau en de gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal naar voren heeft gebracht, afdoende weerlegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/252 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 december 2008, 08/2118 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 6 oktober 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr.drs. M.J. Hüsen, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2010, waar appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Hüsen, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door S.N. Westmaas.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant, die laatstelijk werkzaam was als algemeen keuken medewerker, is op 20 januari 2006 uitgevallen met rechtervoetklachten en een enkelfractuur rechts als gevolg van een aanrijding.

2.1. Het beroep van appellant richtte zich tegen het besluit van 22 april 2008 (hierna: bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 19 november 2007, strekkende tot de vaststelling dat appellant geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per 18 januari 2008 omdat een verlies van verdiencapaciteit is berekend van minder dan 35%.

2.2. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn beperkingen zijn onderschat en dat in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende rekening is gehouden met zijn gebruik van een kruk. Ter ondersteuning is informatie van de behandelend anesthesioloog overgelegd. Voorts heeft appellant gronden naar voren gebracht met betrekking tot de geschiktheid van de functies, zijn opleidingsniveau en zijn gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad kan zich geheel verenigen met hetgeen de rechtbank omtrent de medische beoordeling van het Uwv heeft overwogen. Ook de Raad ziet geen aanknopingspunten om de conclusies van het Uwv met betrekking tot de belastbaarheid van appellant onjuist te achten, nu voldoende verzekeringsgeneeskundig onderzoek naar de klachten heeft plaatsgevonden, informatie van de pijnpoli is meegewogen en appellant aan zijn standpunt geen medische onderbouwing heeft gegeven. In dit verband onderschrijft de Raad het commentaar van de bezwaarverzekeringsarts S.R. Hofmann op appellants gebruik van een kruk. De Raad concludeert dat de FML juist is vastgesteld.

4.2. De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, geen aanleiding voor de veronderstelling dat de in aanmerking genomen functies niet geschikt zijn voor appellant. De Raad neemt voorts in aanmerking dat de bezwaararbeidsdeskundige H.C. Boersma in zijn rapporten van 17 april en 18 juli 2008 hetgeen appellant met betrekking tot het opleidingsniveau en de Nederlandse taalbeheersing naar voren heeft gebracht afdoende heeft weerlegd.

4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en J. Riphagen en C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2010.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) T.J. van der Torn.

EK