Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN9652

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-10-2010
Datum publicatie
07-10-2010
Zaaknummer
08-491 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Geen urenbeperking. Het protocol Angststoornissen was op de in geding zijnde datum nog niet in werking getreden. De FML is juist vastgesteld. De in aanmerking genomen functies worden geschikt geacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/491 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 14 december 2007, 06/8162 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 6 oktober 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.G. Poiesz, advocaat te Gouda, hoger beroep ingesteld en zijn aanvullende stukken ingediend.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2010, waar namens appellante is verschenen mr. Poiesz, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. P.F.G. Hermans.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante is op 25 augustus 2000 uitgevallen uit haar functie van administratief medewerkster met buik- en psychische klachten. Per einde wachttijd is haar een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.

2. Het beroep van appellante is gericht tegen het besluit van 28 september 2006 (hierna: bestreden besluit), waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 23 mei 2006. Daarbij is bepaald dat de WAO-uitkering van appellante met ingang van 23 juli 2006 wordt ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.

3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak geoordeeld dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist is. De rechtbank heeft zich voorts kunnen verenigen met de functies zoals deze als grondslag voor de schatting in aanmerking zijn genomen en in beroep nader zijn toegelicht. Het bestreden besluit is vernietigd, waarbij, nu de arbeidskundige toelichting ten aanzien van de signaleringen met betrekking tot overschrijdingen van de belastbaarheid weliswaar eerst na het instellen van beroep is gegeven, maar wel adequaat is te achten, de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit, onder toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in stand zijn gelaten.

4. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar medische beperkingen zijn onderschat en dat in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) ten onrechte geen urenbeperking meer is opgenomen. Ter ondersteuning is verwezen naar de informatie van de Stichting Centrum ’45 en het protocol Angststoornissen als bedoeld in de Regeling verzekeringsgeneeskundige protocollen arbeidsongeschiktheidswetten (Stcr. 2006, 33).

5. De Raad overweegt het volgende.

5.1. De Raad ziet in hetgeen appellante naar voren heeft gebracht geen aanleiding het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de medische grondslag van het bestreden besluit voor onjuist te houden. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het onderzoek van de (bezwaar)verzekeringsartsen zorgvuldig is geweest en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de bij appellante vastgestelde beperkingen. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat de informatie van het GGZ, behandelend psychiater J.L. Bliek en de Stichting Centrum ’45 afdoende is meegewogen en dat door de bezwaarverzekeringsarts gemotiveerd is aangegeven – welke motivering de Raad niet onjuist voorkomt – waarom appellante niet meer in aanmerking komt voor een urenbeperking. Het beroep van appellante op voornoemd protocol, wat daar verder ook van zij, kan haar niet baten, omdat dit protocol op de in geding zijnde datum nog niet in werking was getreden. De Raad concludeert dat de FML juist is vastgesteld.

5.2. De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, geen aanknopingspunten om ervan uit te gaan dat de in aanmerking genomen functies niet geschikt zijn voor appellante.

5.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en J. Riphagen en C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2010.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) T.J. van der Torn.

EK