Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN6825

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-08-2010
Datum publicatie
14-09-2010
Zaaknummer
10-1269 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. De rechtbank heeft ten onrechte toepassing gegeven aan art. 8:72, lid 4, Awb. De rechter mag van deze bevoegdheid in beginsel alleen gebruik mag maken als na de vernietiging rechtens nog maar één beslissing mogelijk is. Daar is in onderhavige situatie geen sprake van aangezien de rechtbank het bestreden besluit vanwege een motiveringsgebrek heeft vernietigd. De functie van parkeercontroleur wordt geschikt geacht, en kan aan de schatting ten grondslag worden gelegd. Vernietiging aangevallen uitspraak en ongegrondverklaring beroep.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:72, geldigheid: 2010-08-27
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/1269 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 21 januari 2010, 08/557 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

[betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene).

Datum uitspraak: 27 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft niet van verweer gediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juli 2010. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Belopavlovic. Betrokkene is niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Betrokkene is werkzaam geweest als montagemedewerkster gedurende 32 uur per week. Per 14 juni 1999 is haar een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Per 26 januari 2006 is de uitkering herzien naar de klasse 25 tot 35%. Na een medisch onderzoek in het kader van een herbeoordeling op het spreekuur van 7 september 2007 door de arts E.R. Berends die de beperkingen van betrokkene in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) heeft vastgelegd, heeft arbeidsdeskundige M. van der Aart op 8 november 2007 het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) geraadpleegd en vier functies geselecteerd tot het verrichten waarvan betrokkene in staat is geacht. Het gaat om de functie van parkeercontroleur met sbc-code 342022, de functie van receptionist, baliemedewerker met sbc-code 315150, de functie van chauffeur bijzonder vervoer met sbc-code 282101 alsmede de functie van assistent consultatiebureau met sbc-code 372091. De mate van arbeidsongeschiktheid is door het Uwv - in overeenstemming met de berekening van het verlies aan verdienvermogen door Van der Aart - met ingang van 9 januari 2008 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, hetgeen betrokkene bij besluit van 9 november 2007 is medegedeeld.

2. In bezwaar heeft betrokkene aangevoerd dat onvoldoende rekening is gehouden met haar beperkingen en zij ten onrechte in staat is geacht de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies te verrichten. Bezwaarverzekeringsarts G.J. Dreijer heeft volgens zijn rapport van 8 april 2008 een aanvullende beperking ten aanzien van het hand- en vingergebruik aangenomen en de FML van 7 september 2007 op een aantal aspecten aangescherpt. Bezwaararbeidsdeskundige G. van Dam heeft op 24 april 2008 de consequenties hiervan onderzocht en is tot de conclusie gekomen dat de voorgehouden functies geschikt blijven en dat de vastgestelde arbeidsongeschiktheidsklasse niet wijzigt. Bij besluit van 23 juli 2008 is het bezwaar ongegrond verklaard.

3. In beroep is namens betrokkene herhaald dat onvoldoende rekening is gehouden met haar beperkingen. Voorts is de geschiktheid van de functie van parkeercontroleur en de functie van chauffeur bijzonder vervoer bestreden.

4. De rechtbank heeft de medische beoordeling onderschreven. Ten aanzien van de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit heeft de rechtbank overwogen dat de functie van chauffeur bijzonder vervoer als passend aangemerkt moet worden. Ten aanzien van de functie van parkeercontroleur is de rechtbank van oordeel dat in de rapportages van de arbeidsdeskundige van 8 november 2007 en de bezwaararbeidsdeskundige van 24 april 2008 onvoldoende overtuigend is toegelicht waarom betrokkene in staat is geacht die functie te verrichten ondanks een overschrijding van haar belastbaarheid op het aspect tillen. Het bestreden besluit is vanwege het ontbreken van een voldoende arbeidskundige grondslag vernietigd. De rechtbank heeft aanleiding gezien om onder toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zelf in de zaak te voorzien en heeft de mate van arbeidsongeschiktheid per 9 januari 2008 vastgesteld op 45 tot 55%. Voorts heeft de rechtbank bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit.

5. In hoger beroep heeft het Uwv zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank ten onrechte toepassing heeft gegeven aan artikel 8:72, vierde lid, van de Awb. Voorts is onder verwijzing naar een rapport van bezwaararbeidsdeskundige Van Dam van

25 februari 2010 aangevoerd dat de functie van parkeercontroleur op goede gronden aan betrokkene is voorgehouden.

6.1. De Raad oordeelt als volgt.

6.2. Ingevolge artikel 8:72, vierde lid, van de Awb kan de rechtbank indien zij het beroep gegrond verklaart het bestuursorgaan opdragen een nieuw besluit te nemen of zelf in de zaak voorzien. Uit de wetgeschiedenis volgt dat de rechter van deze bevoegdheid in beginsel alleen gebruik mag maken als na de vernietiging rechtens nog maar één beslissing mogelijk is. Daar is in onderhavige situatie geen sprake van aangezien de rechtbank het bestreden besluit vanwege een motiveringsgebrek heeft vernietigd. Indien het Uwv in de aangevallen uitspraak zou hebben berust zou de uitkomst van de heroverweging door het Uwv immers nog ongewis zijn. De Raad is dan ook van oordeel dat de rechtbank ten onrechte toepassing heeft gegeven aan artikel 8:72, vierde lid, van de Awb en het hoger beroep in zoverre doel treft.

6.3. De Raad ziet zich met betrekking tot de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit gesteld voor de vraag of de functie van parkeercontroleur aan de schatting ten grondslag kan worden gelegd. Anders dan de rechtbank beantwoordt de Raad deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt. Blijkens de FML van 8 april 2008 is betrokkene beperkt geacht tot het maken van langdurige krachtige schroefbewegingen met hand en arm. Voorts is betrokkene in staat geacht tot ongeveer 5 kg te tillen/dragen. In de functie van parkeercontroleur dient tijdens 1 werkuur 4 maal een kaartrol verwisseld te worden, die tot 6 kg kan wegen. De arbeidskundige rapporten van 8 november 2007 en 24 april 2008 alsmede het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige van 25 februari 2010 voeren tot de conclusie dat betrokkene wel in staat moet worden geacht de functie van parkeercontroleur te verrichten. Blijkens de toelichting komt het aspect tillen/dragen in genoemde functie niet dagelijks voor en overstijgt de totale belasting in de functie de belastbaarheid van betrokkene niet of nauwelijks. Aangezien de Raad ook anderszins geen aanknopingspunten heeft gevonden dat de functie van parkeercontroleur niet geschikt zou zijn, kan deze naar het oordeel van de Raad wel aan de schatting ten grondslag worden gelegd. Dit betekent dat het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid per 9 januari 2008 op goede gronden heeft vastgesteld op 15 tot 25%.

6.4. Uit de overwegingen 6.2 en 6.3 vloeit voort dat het bestreden besluit de rechterlijke toets kan doorstaan, zodat het beroep daartegen ongegrond is. De aangevallen uitspraak dient derhalve te worden vernietigd.

7. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en C.W.J. Schoor en J.P.M. Zeijen als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2010.

(get.) J.W. Schuttel.

(ge.) M.A. van Amerongen.

TM