Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN6114

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-08-2010
Datum publicatie
09-09-2010
Zaaknummer
10-608 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing bijzondere bijstand voor doorbetaling van de vaste (woon)lasten gedurende detentie. Geen dringende redenen. Geen sprake van een acute noodsituatie en behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/608 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 9 december 2009, 09/892 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal (hierna: College)

Datum uitspraak: 24 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.J.M. Boot, advocaat te Steenbergen, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 juli 2010. Appellant is niet verschenen en het College heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Op 9 juni 2008 heeft appellant bijzondere bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) aangevraagd voor doorbetaling van de vaste (woon)lasten gedurende zijn detentie vanaf 2 april 2008.

1.2. Bij besluit van 3 juli 2008 heeft het College deze aanvraag afgewezen op de grond dat degene die rechtens zijn vrijheid is ontnomen geen recht op bijstand heeft op grond van artikel 13, eerste lid, van de WWB en er geen sprake is van een acute noodsituatie zoals bedoeld in artikel 16 van de WWB.

1.3. Bij besluit van 23 februari 2009 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 3 juli 2008 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van 20 februari 2009 tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar, met bepalingen omtrent griffierecht en proceskosten, niet-ontvankelijk verklaard en dit beroep voor zover het met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geacht wordt mede te zijn gericht tegen het besluit van 23 februari 2009 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd voor zover daarbij het beroep ongegrond is verklaard.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Ingevolge artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB heeft geen recht op bijstand degene aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

4.2. Ingevolge artikel 16, eerste lid, van de WWB kan het college aan een persoon die geen recht heeft op bijstand, gelet op alle omstandigheden, in afwijking van paragraaf 2.2, bijstand verlenen indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Uit de wetsgeschiedenis komt naar voren dat het college eerst dan bevoegd is met toepassing van artikel 16, eerste lid, van de WWB bijstand te verlenen indien in concreto vaststaat dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen.

4.3. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat zich een dergelijke situatie in het geval van appellant niet heeft voorgedaan. Daartoe acht ook de Raad van betekenis dat niet is gebleken dat appellant ten tijde hier in geding wegens betalingsachterstand zijn woning heeft moeten ontruimen.

4.4. Met het voorgaande acht de Raad anders dan appellant heeft aangevoerd niet in tegenspraak dat appellant naar aanleiding van zijn aanvraag van 24 februari 2009 bij besluit van 3 maart 2009 bijzondere bijstand (in de vorm van een geldlening) is toegekend voor de kosten van een huurschuld. De Raad heeft daarbij in aanmerking genomen dat deze aanvraag ziet op bijzondere bijstand in de kosten van een schuld, terwijl de aanvraag van 9 juni 2008 gericht is op bijzondere bijstand in de gedurende de detentie doorlopende vaste (woon)lasten.

4.5. Het hoger beroep van appellant slaagt derhalve niet. De aangevallen uitspraak - voor zover deze is aangevochten - dient te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans, in tegenwoordigheid van C. de Blaeij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2010.

(get.) N.J. van Vulpen-Grootjans.

(get.) C. de Blaeij.

AV