Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN6089

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-08-2010
Datum publicatie
09-09-2010
Zaaknummer
09-4085 ZFW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening van een uitspraak van de Raad op grond van art. 8:88 Awb. Niet gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid naar voren heeft gebracht. Art. 8:88 Awb in verbinding met art. 21 Beroepswet, is niet bedoeld om een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/4085 ZFW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker)

inzake de uitspraak van de Raad van 24 juni 2009, 08/4502 ZFW,

in het geding tussen

verzoeker

en

o.w.m. Menzis Zorgverzekeraar u.a., gevestigd te Enschede (hierna: Menzis)

Datum uitspraak: 18 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft op 13 juli 2009 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 juni 2009, 08/4502 ZFW.

Menzis heeft een verweerschrift ingediend.

Twee en een halve week vóór de geplande behandeling van het herzieningsverzoek heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het onderzoek naar aanleiding van het verzoek om een voorlopige voorziening (reg.nr. 10/4230 ZFW), plaatsgevonden op 11 augustus 2010, waar verzoeker is verschenen en waar Menzis zich met bericht van verhindering niet heeft laten vertegenwoordigen. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de gevoegde zaken weer gesplitst. In deze zaken wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij de uitspraak van 24 juni 2009 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 juli 2008, 06/6126, bevestigd. De Raad heeft daartoe onder meer overwogen dat voor de beantwoording van de vraag of de door verzoeker genoten zorg - verleend door dr. [D] - in mindering mag worden gebracht op de no-claimteruggave niet relevant is of de behandelend neuroloog werkzaam is bij dan wel op een andere wijze verbonden is aan een ziekenhuis.

2. Verzoeker heeft in zijn herzieningsverzoek aangevoerd dat de behandelend raadsheer aan postcodediscriminatie doet en dat Menzis tot op heden geen bewijs heeft overgelegd waaruit blijkt dat dr. [D] was verbonden aan een ziekenhuis. Ter zitting heeft hij betoogd dat deze arts een zelfstandige praktijk voerde en heeft hij voorts aangevoerd dat de gedingstukken 7 tot en met 10 niet tot bewijs kunnen dienen.

3. Herziening van een uitspraak is slechts op zeer beperkte, in de wet omschreven gronden mogelijk. Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden voor de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift voor de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

4. De Raad is niet gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, naar voren heeft gebracht. In de procedures bij de rechtbank en de Raad die hebben geleid tot de uitspraak van de Raad van 24 juni 2009 heeft verzoeker ook reeds aangevoerd dat dr. [D.] een zelfstandige praktijk voerde en niet verbonden was aan een ziekenhuis, en dat de door hem genoemde gedingstukken niet tot bewijs kunnen dienen en uit het dossier verwijderd moeten worden. Verzoeker is het in feite niet eens met het door de Raad in zijn uitspraak van

24 juni 2009 gegeven oordeel, maar dit kan niet leiden tot een nieuwe beoordeling van de zaak. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen, onder meer in zijn uitspraak van 3 oktober 2003, LJN AN7982, is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient daarom als ongegrond te worden afgewezen.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen grond.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 juni 2009 in zaaknr. 08/4502 ZFW af.

Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2010.

(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.

(get.) B. Bekkers.

JvS