Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN5143

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-08-2010
Datum publicatie
27-08-2010
Zaaknummer
10-311 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag AAW dan wel WAO-uitkering toe te kennen. Geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/311 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2009, 09/58 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 27 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.M. Bakx-van den Anker, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juli 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Bakx-van den Anker. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij de aangevallen uitspraak is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het Uwv bij zijn besluit van 24 november 2008 - beslissend op bezwaar - de herhaalde aanvraag van appellant hem een AAW dan wel WAO-uitkering toe te kennen met toepassing van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft kunnen afwijzen.

1.2. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat de verklaring van de psychiater drs. P.M. Rood van 20 april 2006, die appellant heeft overgelegd bij zijn verzoek dat heeft geleid tot het besluit van 24 november 2008, bedoeld in 1.1, geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevat als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb en dat het Uwv derhalve kon volstaan met een vereenvoudigde afdoening van de aanvraag.

2.1. In hoger beroep heeft appellant in de eerste plaats verwezen naar hetgeen hij reeds in beroep bij de rechtbank heeft aangevoerd.

2.2. Voorts wordt alsnog overgelegd een brief van drs. Rood van 11 augustus 1981. Appellant stelt zich op het standpunt dat uit deze brief valt af te leiden dat appellant reeds aanmerkelijk eerder dan door het Uwv aangenomen kampte met ernstige psychische problemen.

3.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de gronden die in beroep zijn ingediend en in hoger beroep zijn herhaald afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank.

3.2. Voor een geslaagd beroep op artikel 4:6 van de Awb na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking is vereist dat nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden bij de nieuwe aanvraag of uiterlijk in bezwaar worden vermeld. Dat betekent dat de verklaring die appellant in hoger beroep nog heeft overgelegd reeds om die reden buiten beschouwing dient te blijven.

3.3. Het hoger beroep van appellant treft mitsdien geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2010.

(get.) J. Brand.

(get.) D.E.P.M. Bary.

EV