Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN4705

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-08-2010
Datum publicatie
23-08-2010
Zaaknummer
08-6475 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/6475 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 september 2008, 07/4754 (hierna: de aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 20 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante stelde mr. E. Wolter, advocaat te Amsterdam, hoger beroep in.

Het Uwv voerde verweer.

Met een brief van 29 juni 2010 zond appellante medische informatie in. Daarop reageerde de bezwaarverzekeringsarts in haar rapport van 30 juni 2010.

De zitting vond plaats op 9 juli 2010. Namens appellante verscheen mr. Wolter. Mr R.M.H. Rokebrand vertegenwoordigde het Uwv.

II. OVERWEGINGEN

1. Het beroep richt zich tegen het besluit van 29 oktober 2007 dat het Uwv ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) nam. Met dat besluit handhaaft het Uwv ondanks het bezwaar van appellante zijn besluit van 7 juni 2007, waarbij hij de WAO-uitkering van appellante met ingang van 30 juli 2007 beëindigde. De reden voor die beëindiging was dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante tot minder dan 15% was afgenomen.

2. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.

3.1. Appellante werkte laatstelijk als medewerkster wasserij gedurende 38 uur per week. In mei 2000 ontving zij een werkloosheidsuitkering toen appellante zich ziek meldde wegens rugklachten en hoofdpijn. In verband hiermee is haar met ingang van 1 mei 2001 een WAO-uitkering toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55-65%. Vanaf 2004 werkte appellante als schoonmaakster voor 10 uur per week.

3.2. De verzekeringsarts onderzocht appellante op zijn spreekuur van 29 maart 2007, waar klaagster zich presenteerde met fors pijngedrag. De verzekeringsarts zag bij lichamelijk onderzoek geen ernstige afwijkingen en constateerde dat sprake is van chronische, aspecifieke rugklachten. De verzekeringsarts heeft een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld met beperkingen voor rugbelastend werk. De bezwaarverzekeringsarts is het eens met de verzekeringsarts.

3.3. De arbeidsdeskundige selecteerde vijf functies, waarvan de belasting blijft binnen de grenzen van de FML. De bezwaararbeidsdeskundige handhaaft vier van deze functies als voor appellante geschikt en gaf een toelichting op de geschiktheid van die functies. Hij becijferde het loonverlies onveranderd op minder dan 15%.

4. In hoger beroep herhaalt appellante als beroepsgrond dat het Uwv haar medische beperkingen onderschat.

5.1. Met de rechtbank ziet de Raad geen reden om de beoordeling door en de conclusies van de (bezwaar-)verzekeringsarts in twijfel te trekken. De Raad is het eens met de overwegingen in de aangevallen uitspraak.

5.2. De door appellante in hoger beroep overgelegde medische informatie leidt de Raad niet tot een ander oordeel. De appellante behandelende orthopedisch chirurg ziet afgezien van enige bulging lumbaal op de niveaus L4-L5 en L5-S1 geen afwijkingen en duidt de rugklachten (eveneens) als chronisch en aspecifiek. Dat appellante bij herhaling haar huisarts consulteert met pijnklachten, leidt niet tot een ander oordeel.

5.3. De geschiktheid van de functies lichtte de bezwaararbeidsdeskundige voldoende toe.

6. De Raad zal de aangevallen uitspraak bevestigen.

7. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2010.

(get.) R.C. Stam.

(get.) M.A. van Amerongen.

EV