Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN4456

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-08-2010
Datum publicatie
19-08-2010
Zaaknummer
09-397 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op ziekengeld. De Raad stelt vast dat zowel bij het medisch onderzoek op 25 februari 2008 als bij het onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts op 2 april 2008 op zorgvuldige wijze is vastgesteld dat appellante wel klachten heeft als gevolg van een chronisch aspecifiek pijnsyndroom, maar dat dit ziektebeeld niet leidt tot beperkingen die haar het verrichten van het werk als schoonmaakster verhinderden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/397 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 22 december 2008, 08/1430 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.J.M. Strijbosch, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juli 2010.

Appellante is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J.H. Maas.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreide weergave van de voor dit geding relevante feiten verwijst de Raad naar overweging 2 in de aangevallen uitspraak.

De Raad volstaat hier met het volgende.

Appellante heeft zich op 9 november 2007 ziek gemeld en had hieraan voorafgaand gedurende drie weken 20 uur per week gewerkt als schoonmaakster van kantoren.

2. Bij besluit van 25 februari 2008 heeft het Uwv aan appellante meegedeeld dat zij met ingang van deze datum geen recht meer heeft op ziekengeld, omdat zij niet langer ongeschikt wordt geacht voor de laatstelijk verrichte arbeid.

3. Bij besluit van 10 april 2008 (het bestreden besluit) is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 25 februari 2008 ongegrond verklaard.

4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij met name betekenis toegekend aan de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank heeft vastgesteld dat de bezwaarverzekeringsarts de geschiktheid van de door appellante laatstelijk verrichte arbeid als schoonmaakster heeft beoordeeld aan de hand van de functiebeschrijving in samenhang met de voor appellante vastgestelde medische beperkingen. De rechtbank heeft daarbij verder overwogen dat door appellante geen medische stukken zijn overgelegd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden.

5. In hetgeen appellante in hoger beroep – zonder nadere medische onderbouwing – heeft aangevoerd ziet de Raad geen reden voor een ander oordeel dan dat van de rechtbank. De Raad stelt – in navolging van de rechtbank vast – dat zowel bij het medisch onderzoek op 25 februari 2008 als bij het onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts op 2 april 2008 op zorgvuldige wijze is vastgesteld dat appellante wel klachten heeft als gevolg van een chronisch aspecifiek pijnsyndroom, maar dat dit ziektebeeld niet leidt tot beperkingen die haar het verrichten van het werk als schoonmaakster op de datum in geding verhinderden.

6. Uit hetgeen onder 5 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

7. De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2010.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) D.E.P.M. Bary.

EV