Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN4450

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-08-2010
Datum publicatie
19-08-2010
Zaaknummer
09-6963 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen sprake van een nieuw feit of omstandigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/6963 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:

[verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),

om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 oktober 2009, 08/5935, in het geding tussen:

verzoekster

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens verzoekster heeft F. [gemachtigde 2] verzocht om herziening.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juli 2010. Voor verzoekster zijn verschenen [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2]. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij de uitspraak waarvan herziening is verzocht, heeft de Raad, oordelend op het hoger beroep van verzoekster, de uitspraak van de rechtbank Assen van 28 augustus 2008, 07/522, bevestigd voor zover aangevochten.

2. In het verzoek om herziening heeft verzoekster uiteengezet waarom zij het niet eens is met de uitspraak van de Raad van 28 oktober 2009. In essentie komt het betoog van verzoekster erop neer dat de Raad ten onrechte heeft overwogen dat haar medische beperkingen juist zijn weergegeven. Ter onderbouwing van deze stelling brengt verzoekster een brief van haar huisarts R. van der Eijk van 20 november 2009 in het geding, waarin verslag wordt gedaan van een op 18 november 2009 verricht radiologisch en functieonderzoek.

3. De Raad overweegt als volgt.

3.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden voor de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift voor de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

3.2. Naar vaste jurisprudentie van de Raad, zoals deze blijkt uit onder andere zijn uitspraak van 3 oktober 2003 (LJN AN7982), kan in het kader van het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening slechts worden beoordeeld of op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb juncto artikel 21 van de Beroepswet herziening aangewezen is. Een hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de betrokken uitspraak kan in dit kader niet worden gevoerd.

3.3. Nu door de gemachtigde van verzoekster geen feit of omstandigheid in de zin van genoemd artikellid naar voren is gebracht, dient het verzoek om herziening te worden afgewezen. De omstandigheid dat de verzekeringsartsen van het Uwv naar de mening van verzoekster onzorgvuldig onderzoek hebben verricht waardoor haar medische beperkingen onjuist zijn vastgesteld kan op zich niet als zodanig worden aangemerkt. De brief van de huisarts van 20 november 2009 kan niet als een nieuw feit of nieuwe omstandigheid worden aangemerkt, reeds omdat het daarin beschreven radiologisch en functieonderzoek heeft plaatsgevonden na de uitspraak van de Raad. Bovendien impliceert de stelling van verzoekster dat de uitslag van deze onderzoeken slechts een bevestiging betreft van een reeds in (hoger) beroep ingenomen standpunt, dat er geen sprake is van een nieuw feit of omstandigheid.

4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2010.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) A.L. de Gier.

EV