Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN4448

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-08-2010
Datum publicatie
19-08-2010
Zaaknummer
09-1980 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op ziekengeld. Blijkens de rapportage van 23 juli 2008 van de bezwaarverzekeringsarts is bij appellant slechts sprake van kleine afwijkingen, die objectief gezien geen forse beperkingen meebrengen en dat de klachten van appellant als aspecifieke rugklachten aangemerkt moeten worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/1980 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 20 februari 2009, 08/6491 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.T.F. van Berkel, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juli 2010.

Appellant is met bericht van verhindering niet verschenen.

Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.W.G. Determan.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant heeft zich op 17 maart 2008 wegens rugklachten ziek gemeld voor zijn werk als machine-operator.

2. Bij besluit van 18 april 2008 is aan appellant meegedeeld dat hij met ingang van 21 april 2008 geen recht meer heeft op ziekengeld, omdat hij op en na deze datum niet meer wegens ziekte of gebreken ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn arbeid.

3. Bij besluit van 24 juli 2008 (het bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 18 april 2008 ongegrond verklaard.

4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat blijkens de rapportage van 23 juli 2008 van de bezwaarverzekeringsarts bij appellant slechts sprake is van kleine afwijkingen, die objectief gezien geen forse beperkingen meebrengen en dat de klachten van appellant als aspecifieke rugklachten aangemerkt moeten worden. De rechtbank heeft verder in haar oordeel betrokken de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige van 22 juli 2008 en de brief van appellant aangaande de werkomschrijving van de eigen arbeid. De rechtbank heeft voorts overwogen dat van de kant van appellant geen nadere medische informatie in het geding is gebracht op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de juistheid van de beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts.

5. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt geen reden voor een ander oordeel dan dat van de rechtbank. In dit verband overweegt de Raad nog het volgende. Uit het arbeidskundig rapport van 22 juli 2008 blijkt dat appellants werk als machine-operator rugbelastende elementen kende. De Raad wijst er echter op – in navolging van de rechtbank – dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts bij onderzoek van appellant geen beperkingen in de rugfunctie hebben aangetroffen. De bezwaarverzekeringsarts heeft verder uiteengezet dat bij aspecifieke rugklachten geen reden is de rug te ontzien, en dat af en toe een kortdurende belasting niet gecontraïndiceerd is. Langdurige evident zware rugbelasting kwam in de functie niet voor, zodat appellant niet ongeschikt werd geacht voor zijn werk. Naar het oordeel van de Raad is deze conclusie voldoende onderbouwd en vormt hetgeen appellante heeft aangevoerd geen reden om hieraan te twijfelen. De Raad verenigt zich dan ook met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen.

6. Uit hetgeen onder 5 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

7. De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2010.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) D.E.P.M. Bary.

EV