Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN4443

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-08-2010
Datum publicatie
19-08-2010
Zaaknummer
09-4042 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verlaging WW-uitkering. Met zijn gerichtheid op technische functies stelt appellant eisen die het verkrijgen van passende arbeid belemmeren. Oplegging maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/4042 WW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 11 juni 2009, 08/849 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juli 2010. Appellant is verschenen. Het Uwv is, met bericht, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant ontving sedert 6 mei 2008 uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Bij besluit van 6 juni 2008 is hem een maatregel opgelegd in de vorm van een verlaging van de WW-uitkering met 25% gedurende 4 maanden met ingang van 19 mei 2008. Als reden daarvoor heeft het Uwv gegeven dat appellant te hoge eisen stelt aan het vinden van aanvullend werk. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dat besluit. Bij besluit van 19 augustus 2008 (bestreden besluit) is dat bezwaar ongegrond verklaard. Het Uwv heeft daarbij het eerder ingenomen standpunt herhaald dat appellant te hoge eisen stelt aan het verkrijgen van werk omdat hij door zijn houding de mogelijkheden op (aanvullend) werk beperkt. Wel heeft het Uwv de aanvangsdatum van de maatregel gewijzigd in 2 juni 2008.

2. Appellant heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij de aangevallen uitspraak is dat beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het standpunt van het Uwv onderschreven en heeft daarbij onder meer gewezen op het niet meewerken aan een project bij De Zuidhoek, het niet nakomen van een afspraak bij uitzendbureau Tence en het niet reageren op vacatures die waren aangedragen door een re-integratiebureau.

3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

3.1.1. Ingevolge artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, ten vierde, van de WW voorkomt de werknemer dat hij werkloos is of blijft doordat hij in verband met door hem te verrichten arbeid eisen stelt die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren.

3.1.2. Op grond van artikel 27, derde lid, van de WW weigert het Uwv de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk indien de werknemer een verplichting hem op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel b, ten vierde, niet of niet behoorlijk is nagekomen.

3.2. Zoals met name uit het hoger beroepschrift blijkt, is appellant van mening dat passende arbeid voor hem is te vinden in de technische beroepen omdat hij in Irak een universitaire opleiding in die richting heeft gevolgd. Hij is dan ook van mening dat de inspanningen van de re-integratiecoach op dergelijke functies zouden moeten zijn gericht. Uit de stukken blijkt echter tevens dat appellant voorafgaand aan zijn werkloosheid heeft gewerkt als beveiligingsmonteur, maar dat hij daartoe eerst een opleiding moest voltooien. Tevens is appellant afgewezen voor een functie van procesoperator omdat hij, zoals hij zelf in zijn hoger beroepschrift aangeeft, geen werkervaring in die richting heeft. Tenslotte blijkt uit de stukken dat appellant – met positief resultaat – is getest om te bezien of hij in aanmerking kan komen voor een VAPRO-A opleiding, waaruit volgt dat het onmiddellijk uitoefenen van een technische functie op het niveau zoals door appellant is aangegeven niet in de rede ligt. Met zijn gerichtheid op dergelijke technische functies stelt appellant dan ook eisen die het verkrijgen van passende arbeid belemmeren. Het Uwv heeft derhalve op die grond terecht de genomen maatregel kunnen opleggen.

3.3. Dat de feiten, bijvoorbeeld bij de gang van zaken rond uitzendbureau Tence, anders zouden liggen, en dat appellant stelt beter Nederlands te spreken dan uit de aangevallen uitspraak zou volgen, of dat de verplichtingen ten aanzien van zijn re-integratie wel voldoende zouden zijn nagekomen, doet aan het voorgaande niet af, om welke reden de Raad deze gronden van appellant niet nader zal bespreken.

3.4. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

4. De Raad ziet geen aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter en H. Bolt en F.J.L. Pennings als leden, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2010.

(get.) H.G. Rottier.

(get.) A.L. de Gier.

EV