Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN4383

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-08-2010
Datum publicatie
20-08-2010
Zaaknummer
08-3435 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verlaging bijstand. Oplegging maatregel. Onvoldoende nakomen van de verplichting om gebruik te maken van een voorziening. De Raad ziet geen grond voor het oordeel dat de ernst van de gedraging, de mate waarin de gedraging appellant kan worden verweten of zijn persoonlijke omstandigheden het College aanleiding hadden moeten geven om een minder vergaande verlaging op te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/3435 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 29 mei 2008, 07/7065 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem (hierna: College)

Datum uitspraak: 17 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juli 2010. Namens appellant is verschenen mr. W.G. Fischer, advocaat te Haarlem. Het College heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant ontvangt sinds oktober 2003 bijstand, laatstelijk ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB).

1.2.1. In het kader van arbeidsactivering is appellant geplaatst bij Stichting Andere Werkvormen de Schalm (hierna: De Schalm). Op 3 oktober 2006 heeft appellant zich ziek gemeld.

1.2.2. Bij brief van 12 oktober 2006 heeft L. van de Loo, trajectbegeleider bij De Schalm (hierna: Van de Loo), appellant uitgenodigd voor een gesprek over zijn traject op 18 oktober 2006. Daarbij is appellant verzocht in geval van verhindering Van de Loo of zijn collega Frans persoonlijk te bellen om een nieuwe afspraak te maken. Appellant heeft zich op 15 oktober 2006 per e-mail afgemeld voor dit gesprek.

1.2.3. Bij brief van 31 oktober 2006 heeft Van de Loo appellant opnieuw uitgenodigd voor een gesprek over zijn traject, nu op 7 november 2006. Appellant is op deze afspraak niet verschenen.

1.2.4. Op 16 februari 2007 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen L. van der Linden (hierna: Van der Linden), trajectbegeleider bij de Schalm, en appellant. In het door Van der Linden opgestelde verslag van dat gesprek is weergegeven dat er afspraken zijn gemaakt, onder meer inhoudende dat appellant 28 uur per week bij de Schalm gaat werken en daarnaast twee keer per week naar het CWI gaat. Bij brief van 18 februari 2007 heeft appellant Van der Linden bericht dat hij wegens aanhoudende gezondheidsklachten het traject op dat moment niet kan voortzetten.

1.3. Bij besluit van 21 maart 2007 heeft het College, voor zover thans nog van belang, de bijstand van appellant vanaf 1 mei 2007 gedurende één maand verlaagd met 20% van de bijstandsnorm. Bij besluit van 15 november 2007 heeft het College het bezwaar van appellant tegen het besluit van 21 maart 2007 ongegrond verklaard. Aan de besluitvorming heeft het College ten grondslag gelegd, onder verwijzing naar de onder 1.2.2 tot en met 1.2.4 genoemde feiten en omstandigheden, dat appellant de verplichting tot het gebruik maken van een voorziening onvoldoende is nagekomen.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank voor zover van belang het beroep tegen het besluit van 15 november 2007 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd, voor zover daarbij het beroep tegen het besluit van 15 november 2007 ongegrond is verklaard.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB is de belanghebbende van 18 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, vanaf de dag van melding als bedoeld in artikel 44, tweede lid, verplicht gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.

4.2. Artikel 18, tweede lid, van de WWB bepaalt, voor zover hier van belang, dat indien de belanghebbende de uit de WWB voortvloeiende verplichtingen niet of niet voldoende nakomt het college de bijstand overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de WWB dient te verlagen. Van een verlaging wordt afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

4.3. Artikel 2, tweede lid, van de Afstemmingsverordening bepaalt, voor zover hier van belang, dat een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.

4.4. Artikel 10, derde lid, aanhef en onder b, van de Afstemmingsverordening bepaalt dat het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van een voorziening, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van de voorziening, leidt tot een maatregel van de derde categorie.

4.5. Artikel 9, tweede lid, onder c, van de Afstemmingsverordening bepaalt de hoogte en duur van de maatregel van de derde categorie op 20 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand.

4.6. Vast staat dat appellant niet is verschenen op de afspraak van 7 november 2006. De Raad acht het evenals het College niet aannemelijk dat appellant, zoals hij heeft gesteld, deze afspraak heeft afgebeld of heeft af laten bellen door een familielid. De Raad wijst er daarbij op dat op de in het dossier aanwezige kopie van de uitnodiging voor het gesprek op 7 november 2006 is aangetekend dat appellant zonder bericht niet is verschenen. Ook staat vast dat appellant zich niet telefonisch, maar per e-mail heeft afgemeld voor het gesprek van 18 oktober 2006, terwijl Van de Loo uitdrukkelijk had verzocht om een telefonische afmelding in geval van verhindering. De Raad ziet geen grond om aan te nemen dat deze gedragingen, die door het College terecht zijn gekwalificeerd als het onvoldoende nakomen van de verplichting om gebruik te maken van een voorziening, appellant in het geheel niet zou kunnen worden verweten. Reeds hieruit vloeit voort dat het College op grond van artikel 18, tweede lid, van de WWB gehouden was de bijstand van appellant overeenkomstig de Afstemmingsverordening te verlagen.

4.7. De Raad stelt voorts vast dat de opgelegde verlaging in overeenstemming is met de Afstemmingsverordening. De Raad ziet geen grond voor het oordeel dat de ernst van de gedraging, de mate waarin de gedraging appellant kan worden verweten of zijn persoonlijke omstandigheden het College aanleiding hadden moeten geven om een minder vergaande verlaging op te leggen.

4.8. De grief dat de opgelegde maatregel een punitief karakter heeft omdat het College deze niet heeft heroverwogen kan niet slagen. De Raad wijst in dit kader op zijn vaste jurisprudentie waarin reeds is vastgesteld dat maatregelen als de onderhavige geen punitief karakter hebben (zie bijvoorbeeld LJN AU7664). Dat het College de maatregel niet heeft heroverwogen maakt dit niet anders.

4.9. Uit het voorgaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking komt en het verzoek van appellant om veroordeling tot schadevergoeding moet worden afgewezen.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;

Wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en A.B.J. van der Ham en W.F. Claessens als leden, in tegenwoordigheid van R. Scheffer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2010.

(get.) N.J. van Vulpen-Grootjans.

(get.) R. Scheffer.

JvS