Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN4380

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-08-2010
Datum publicatie
18-08-2010
Zaaknummer
09-516 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verlaging WAO-uitkering. Het nadere standpunt heeft appellante niet met verifieerbare stukken, zoals bijvoorbeeld bankbescheiden en betalingsspecificaties onderbouwd. De Raad kan dan ook aan het nadere standpunt van appellante geen voor de beslissing in het onderhavige geding, betekenende rol toekennen. Bovendien heeft het Uwv in de brief van 20 juli 2009 voor de Raad voldoende inzichtelijk gemaakt waarom de jaaropgaaf van 2006 hoger was dan in 2007.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/516 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 12 december 2008, 08/6 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 11 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juni 2009. Appellante is in persoon verschenen, terwijl het Uwv zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. W.J. Belder, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Het onderzoek ter zitting is vervolgens geschorst en hervat op 9 september 2009, waar zowel appellante als mr. Belder zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en

omstandigheden.

1.1. Bij besluit van 9 juli 2007 heeft het Uwv appellante een specificatie gezonden van de over juli 2007 aan appellante betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

1.2. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de berekening van haar WAO-uitkering. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat haar arbeidsongeschiktheidsuitkering is verlaagd. Daartoe heeft zij op basis van een eigen berekening van de totale WAO-uitkering over het jaar 2007 geconcludeerd dat haar uitkering in vergelijking met de jaaropgaaf van de WAO-uitkering over 2006 lager uitvalt.

1.3. Het bezwaar van appellante tegen het besluit van 9 juli 2007 is bij besluit van 19 november 2007 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 19 november 2007 ongegrond verklaard.

3. De Raad overweegt het volgende.

3.1. Na de schorsing van het onderzoek ter zitting heeft het Uwv nogmaals - eerder heeft het Uwv dit ook al zowel mondeling als schriftelijk gedaan - bij brief van 20 juli 2009 aan appellante uiteengezet op welke gronden haar standpunt dat de aan haar uitbetaalde WAO-uitkering in 2007 lager uitvalt, niet juist is. Uit deze brief blijkt dat twee ziektegevallen van appellante in 2006 en de daaruit voorvloeiende betalingen van ziekengeld de verklaring vormen voor het feit dat de jaaropgaaf 2006 hoger is geweest dan die over 2007.

3.2. Appellante heeft in deze brief geen aanleiding gezien het hoger beroep in te trekken.

Eerst ter zitting heeft zij zich op het nadere standpunt gesteld dat aan haar in 2007 € 773,56 bruto te weinig is uitbetaald. Dit nadere standpunt heeft appellante niet met verifieerbare stukken, zoals bijvoorbeeld bankbescheiden en betalingsspecificaties onderbouwd. De Raad kan dan ook aan het nadere standpunt van appellante geen voor de beslissing in het onderhavige geding, betekenende rol toekennen. Bovendien heeft het Uwv in de brief van 20 juli 2009 voor de Raad voldoende inzichtelijk gemaakt waarom de jaaropgaaf van 2006 hoger was dan in 2007.

3.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep van appellante niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

4. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2010.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) M.C.T.M. Sonderegger. (verhinderd te tekenen)

(get.) M.A. van Amerongen.

IJ