Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN4194

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-08-2010
Datum publicatie
17-08-2010
Zaaknummer
09-2488 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling uitkeringsspecificatie. Naar het oordeel van de Raad heeft het Uwv met zijn uiteenzetting in de brief van 12 februari 2010 van de berekening van de WAO-uitkering in de maand juli 2008 een inzichtelijke en toereikende toelichting verstrekt. De Raad deelt dan ook het oordeel van de rechtbank dat niet is gebleken dat het Uwv over de maand juli 2008 onjuiste inhoudingen heeft toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/2488 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende in Frankrijk (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 2 april 2009, 08/900 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 13 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2010. Partijen zijn met bericht van verhindering niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een overzicht van de feiten verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het volgende.

1.2. Appellant ontvangt een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Appellant is, nadat hij zich in 1997 met behoud van zijn WAO-uitkering in Frankrijk had gevestigd, met ingang van 28 mei 2008 weer in Nederland gaan wonen. Sindsdien ontvangt hij aan WAO-uitkering een lager nettobedrag dan toen hij nog in Frankrijk woonde. Daarom heeft appellant bezwaar gemaakt tegen de uitkeringsspecificatie van 30 juni 2008. Deze specificatie heeft betrekking op zijn WAO-uitkering in de maand juli 2008. Dit bezwaar is door het Uwv bij besluit van 22 september 2008 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen niet te hebben kunnen vaststellen dat het Uwv over de maand juli 2008 onjuiste inhoudingen heeft toegepast op de WAO-uitkering van appellant, zodat er naar het oordeel van de rechtbank vanuit dient te worden gegaan dat de hoogte van de netto-uitkering in de maand juli 2008 juist is.

3.1. In hoger beroep heeft appellant zijn in bezwaar en beroep aangevoerde gronden herhaald.

3.2. Het Uwv heeft op verzoek van de Raad bij brief van 12 februari 2010 een nadere toelichting gegeven op de uitkeringsspecificatie van 30 juni 2008.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. De Raad stelt allereerst vast dat de uitkeringsspecificaties die zien op appellants WAO-uitkering in de periode dat hij nog in Frankrijk woonde – voor zover deze op rechtsgevolg zijn gericht en als besluiten in de zin van Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn aan te merken – in rechte onaantastbaar zijn geworden. In het onderhavige geding kan uitsluitend de juistheid van het bestreden besluit aan de orde komen. De Raad kan dan ook geen oordeel geven over het verschil in hoogte tussen de netto-uitkering in de maand juli 2008 enerzijds en de netto-uitkeringen in de periode dat appellant nog in Frankrijk woonde anderzijds. De door appellant terzake hiervan opgeworpen gronden vallen dan ook buiten de omvang van het geding.

4.3. Naar het oordeel van de Raad heeft het Uwv met zijn uiteenzetting in de brief van 12 februari 2010 van de berekening van de WAO-uitkering in de maand juli 2008 een inzichtelijke en toereikende toelichting verstrekt. De Raad deelt dan ook het oordeel van de rechtbank dat niet is gebleken dat het Uwv over de maand juli 2008 onjuiste inhoudingen heeft toegepast.

4.4. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak zal dan ook moeten worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2010.

(get.) R.C. Stam.

(get.) T.J. van der Torn.

EV