Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN4147

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-07-2010
Datum publicatie
17-08-2010
Zaaknummer
09-4611 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep. De Raad stelt vast dat de kinderbijslag is uitbetaald en niet gebleken is dat appellant bij zijn vordering in hoger beroep enig ander belang heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4611 AKW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 29 juni 2009, 08/2959 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 28 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E.J.C. Asselbergs, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juni 2010. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Asselbergs voornoemd. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.A. Buskens.

II.OVERWEGINGEN

1. Bij brief gedateerd 24 april 2008 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen de al dan niet fictieve beslissing van de Svb om zijn kinderbijslag niet uit te keren.

2. Bij besluit van 27 mei 2008 heeft de Svb dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Ter motivering wordt opgemerkt dat het bezwaarschrift niet is gericht tegen een besluit maar tegen een feitelijke handeling, namelijk de uitbetaling van de kinderbijslag.

3.1 In beroep is door appellant aangevoerd dat zijn bezwaar was gericht tegen de beslissing van de Svb om niet tot uitbetaling per cheque over te gaan. Volgens appellant wordt hij gediscrimineerd omdat de Svb aan andere Europese burgers verblijvend in een ander land dan Nederland wel betalingen per cheque doet.

3.2. De rechtbank heeft overwogen dat niet is gebleken dat de Svb voorafgaand aan het bezwaarschrift van appellant een schriftelijke beslissing heeft genomen gericht op rechtsgevolg. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

4.1. In de procedure in hoger beroep hebben partijen in essentie hun eerder naar voren gebrachte stellingen herhaald. Ter zitting in hoger beroep is door de Svb opgemerkt dat appellant aan de Svb een bankrekeningnummer heeft opgegeven en dat de kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal van 2003 aan appellant is uitbetaald. Desgevraagd heeft appellant deze mededeling bevestigd.

4.2. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.3. De Raad stelt voorop dat de brief van appellant van 24 april 2008 niet anders kan worden gelezen dan dat appellant bezwaar maakt tegen het niet-uitkeren van de kinderbijslag door de Svb. De Raad stelt vast dat de betaling waarop het bezwaar van appellant ziet, het eerste kwartaal van 2008, door de Svb inmiddels is gerealiseerd. Volgens appellant is zijn belang bij de onderhavige procedure erin gelegen dat vastgesteld wordt dat de Svb aan hem de kinderbijslag per cheque dient uit te betalen. De Raad moet echter vaststellen dat de kinderbijslag is uitbetaald en niet gebleken is dat appellant bij zijn vordering in hoger beroep enig ander belang heeft. Derhalve dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4.4. Ter voorlichting van appellant merkt de Raad nog op dat vaste rechtspraak van de Raad is dat een schriftelijke beslissing over de wijze van betaling van een uitkering zozeer samenhangt met de aanspraak op de uitkering, dat zo'n beslissing een besluit is waartegen bezwaar kan worden gemaakt (zie bijvoorbeeld CRvB 2 juli 2008, LJN BD6569).

5. Naar het oordeel van de Raad bestaat er geen grond om een van de partijen te veroordelen in de proceskosten als voorzien in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III.BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries als voorzitter en H.J. Simon en H.J. de Mooij als leden in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2010.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) J.M. Tason Avila.

EvdV