Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN4126

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-08-2010
Datum publicatie
17-08-2010
Zaaknummer
09-3235 WSF + 09-3236 WSF + 09-3238 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om vergoeding van de kosten. De Raad is van oordeel dat reeds vanwege de familierelatie tussen de rechtsbijstandsverlener en appellant de Minister niet gehouden was tot toekenning van een dergelijke vergoeding over te gaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/3235, 09/3236 en 09/3238 WSF

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op de hoger beroepen van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraken van de rechtbank Breda van 1 mei 2009, respectievelijk geregistreerd onder 08/1873 + 09/49 en 08/1987 (hierna: aangevallen uitspraken),

in de gedingen tussen:

appellant

en

de hoofdddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep).

Datum uitspraak: 6 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

In deze gedingen zijn uitspraken aan de orde over besluiten die zijn genomen door de IB-Groep. Op 1 januari 2010 is de Wet van 15 oktober 2009 tot intrekking van de Wet verzelfstandiging informatiseringsbank en wijziging van diverse wetten in verband met de oprichting van de Dienst Uitvoering Onderwijs in werking getreden. Als gevolg hiervan is de IB-Groep opgehouden te bestaan. Ingevolge artikel XXI, eerste lid, van de wet treedt in dit geding de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de Minister) in de plaats van de IB-Groep. In deze uitspraak wordt onder de Minister tevens verstaan de IB-Groep.

Namens appellant heeft [naam vader], advocaat te [woonplaats], hoger beroep ingesteld tegen de twee aangevallen uitspraken.

De Minister heeft verweerschriften ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juni 2010.

Appellant is niet verschenen. De Minister was vertegenwoordigd door mr. G.J.M. Naber.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad stelt vast dat het belang van appellant in hoger beroep uitsluitend is gelegen in vergoeding van de kosten van rechtsbijstand die hij heeft gesteld te hebben gemaakt in verband met de bezwaarprocedures tegen drie primaire besluiten van de Minister. De rechtbank heeft evenmin als de Minister aanleiding gezien tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van deze kosten. De Raad is van oordeel dat, gelet op zijn vaste rechtspraak terzake, reeds vanwege de familierelatie tussen de rechtsbijstandsverlener en appellant [naam vader] is de vader van appellant) de Minister niet gehouden was tot toekenning van een dergelijke vergoeding over te gaan (zie onder meer: de uitspraak van de Raad van 20 november 2009, LJN: BK4030). Derhalve slagen de hoger beroepen niet.

2. Gelet op het bovenstaande dienen de aangevallen uitspraken te worden bevestigd.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraken.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2010.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) M. Mostert.

EV