Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN4060

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-07-2010
Datum publicatie
16-08-2010
Zaaknummer
08-1343 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op kinderbijslag. Appellante is niet verzekerd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de AKW. Daarnaast kan appellante geen verzekering ontlenen aan het bepaalde in artikel 11, eerste en tweede lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekering 1999, omdat appellante niet in overeenstemming met de Wet arbeid vreemdelingen arbeid in dienstbetrekking heeft verricht uit hoofde waarvan zij aan de loonbelasting is onderworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/1343 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 16 januari 2008, 07/2841 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 29 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R.G.H.M. de Glas, advocaat te Nijmegen, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 maart 2010, waar appellante niet is verschenen. De Svb heeft zich doen vertegenwoordigen door J.A.J. Groenendaal, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat thans met het volgende.

1.1. Appellante die de Marokkaanse nationaliteit bezit, verblijft vanaf 1999, aanvankelijk op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met de beperking ‘verblijf bij partner’ en vanaf 7 november 2006 op grond van artikel 8, onder f, van de Vreemdelingenwet 2000, in Nederland.

1.2. Bij besluit van 21 februari 2007 heeft de Svb appellante medegedeeld dat zij geen recht op kinderbijslag heeft, omdat zij niet als verzekerde ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) wordt aangemerkt. Het tegen dit besluit ingestelde bezwaar heeft de Svb bij besluit van 6 juni 2007 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen dat besluit ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd.

4. In hoger beroep is in geschil het antwoord op de vraag of de Svb zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellante op de peildatum van het eerste kwartaal van 2007 geen recht heeft op kinderbijslag, omdat zij niet verzekerd is voor de AKW.

4.1. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en overweegt dat hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd in essentie een herhaling is van hetgeen in eerste aanleg naar voren is gebracht en door de rechtbank terecht en gemotiveerd is verworpen. Ook de Raad stelt vast dat appellante niet verzekerd is op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de AKW. Daarnaast kan appellante geen verzekering ontlenen aan het bepaalde in artikel 11, eerste en tweede lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekering 1999, omdat appellante niet in overeenstemming met de Wet arbeid vreemdelingen arbeid in dienstbetrekking heeft verricht uit hoofde waarvan zij aan de loonbelasting is onderworpen.

4.2. De aangevallen uitspraak komt dan ook voor bevestiging in aanmerking.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker, in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2010.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) R.B.E. van Nimwegen.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH 's-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip ingezetene.

IJ