Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN3925

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-08-2010
Datum publicatie
12-08-2010
Zaaknummer
08-3805 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Oplegging van arbeidsverplichtingen. Appellante woont sedert 1 oktober 2008 niet langer in de gemeente Sittard-Geleen. Geen procesbelang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/3805 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 21 mei 2008, 07/1974 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen (hierna: College)

Datum uitspraak: 3 augustus 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. L. Bovenkamp, advocaat te Maastricht, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 7 juni 2010 heeft mr. Bovenkamp stukken aan de Raad gezonden, waarop het College bij brief van 15 juni 2010 heeft gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 juni 2010. Appellante is, zoals aangekondigd, niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door A.E.E.M. van Doremaele, werkzaam bij de gemeente Sittard-Geleen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Bij besluit van 9 mei 2007 heeft het College appellante de arbeidsverplichtingen, neergelegd in artikel 9, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB), opgelegd op grond van de overweging dat zij blijkens het rapport van Reaned geschikt is bevonden voor reguliere arbeid en het volgen van een traject gericht op arbeidsinschakeling met beperkingen.

1.2. Bij besluit van 8 oktober 2007 heeft het College het tegen het besluit van 9 mei 2007 gemaakte bezwaar ontvankelijk en ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 8 oktober 2007 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt - ambtshalve oordelend - tot de volgende beoordeling.

4.1. Uit de stukken blijkt dat appellante sedert 1 oktober 2008 niet langer in de gemeente Sittard-Geleen woont, zodat zij gelet op artikel 40 van de WWB op en na die datum jegens het College geen recht meer heeft op bijstand. In zijn aan de Raad gerichte brief van 15 juni 2010 heeft het College aangegeven dat in de periode van 9 mei 2007 tot

1 oktober 2008 geen afstemming van de bijstand van appellante heeft plaatsgevonden. Ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde van het College voorts verklaard dat de bijstand van appellante in de genoemde periode niet met toepassing van artikel 18, tweede lid, van de WWB is verlaagd. Een en ander brengt naar het oordeel van de Raad mee dat appellante geen tot haar persoon te herleiden belang meer heeft bij een beoordeling ten gronde van het besluit van 8 oktober 2007. In aanmerking genomen dat op voorhand onaannemelijk is dat appellante als gevolg van de bestuurlijke besluitvorming schade heeft geleden is ook anderszins geen procesbelang aanwezig.

4.2. Het vorenstaande leidt de Raad tot de slotsom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen als voorzitter en J.M.A. van der Kolk-Severijns en O.L.H.W.I. Korte als leden, in tegenwoordigheid van J. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2010.

(get.) C. van Viegen.

(get.) J. de Jong.

AV