Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2010:BN3649

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-07-2010
Datum publicatie
12-08-2010
Zaaknummer
09-1269 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Functiewaardering van in rechte vaststaande functiebeschrijving. Door de rechtbank is de juiste toetsingsmaatstaf gehanteerd. De toegekende scores kunnen de rechterlijke toets doorstaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2011/77
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/1269 AW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 15 januari 2009, 08/436 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen (hierna: college)

Datum uitspraak: 29 juli 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juli 2010. Appellant is verschenen en het college heeft zich laten vertegenwoordigen door G. Maas, werkzaam bij de gemeente Terneuzen.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Als gevolg van een gemeentelijke herindeling zijn met ingang van 1 januari 2003 de voormalige gemeenten Axel, Sas van Gent en Terneuzen samengevoegd tot de nieuwe gemeente Terneuzen. Appellant is in de nieuwe organisatie geplaatst als [naam functie]. Nadat een eerdere beschrijving en waardering van deze functie waren vernietigd door de rechtbank Middelburg heeft het college bij besluit van 25 mei 2007 opnieuw de functiebeschrijving vastgesteld. Daartegen heeft appellant geen rechtsmiddelen aangewend.

1.2. Bij besluit van 8 november 2007 heeft het college de waardering van appellants functie met toepassing van de Regeling organieke functiebeschrijving en -waardering 2006 (hierna: regeling) vastgesteld op hoofdgroep IV, met toekenning van

9 punten voor de secundaire gezichtspunten. De functie is ingedeeld in salarisschaal 9. Na bezwaar is de waardering bij besluit van 31 maart 2008 (hierna: bestreden besluit) aangepast en nader vastgesteld op hoofdgroep IV met 10 punten, leidend tot indeling in salarisschaal 10.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.

3. Evenals in beroep heeft appellant in hoger beroep de scores op de gezichtspunten functionele vorming, contact en leidinggeven ter discussie gesteld. Appellant heeft voorts herhaald dat het college in korte tijd tot vier verschillende waarderingsuitkomsten is gekomen, wat zijns inziens duidt op willekeur. Het college heeft dit gemotiveerd bestreden.

4. Naar aanleiding van hetgeen partijen naar voren hebben gebracht, overweegt de Raad het volgende.

4.1. De Raad stelt voorop dat de rechtbank in rechtsoverweging 5 de juiste toetsings-maatstaf heeft gehanteerd en bovendien terecht heeft geoordeeld dat de in rechte vaststaande functiebeschrijving als uitgangspunt dient voor deze waardering.

4.2. De eerste waardering dateert van 1998 en betrof de oude functie van appellant bij de voormalige gemeente Terneuzen, opgesteld door het toenmalig bevoegd gezag. Anders dan appellant meent, doet die waardering daarom hier niet ter zake. De tweede waar-dering, die wel is opgesteld door dit college, is als gevolg van appellants geslaagd beroep bij de rechtbank ingetrokken. De derde waardering vond plaats bij het primair besluit in deze procedure en is als gevolg van door appellant gemaakt bezwaar in het bestreden besluit naar boven toe bijgesteld. De Raad ziet niet in waarom deze gang van zaken een uiting zou zijn van willekeur, als gevolg waarvan de thans in geding zijnde waardering geen stand zou kunnen houden.

De Raad verwijst voor het overige naar rechtsoverweging 4 van de aangevallen uitspraak en onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat aan het feit dat het college ten onrechte een nieuw primair besluit heeft genomen geen gevolgen hoeven te worden verbonden, aangezien appelant daardoor niet in zijn belangen is geschaad.

4.3.Voor het gezichtspunt functionele vorming is 1 punt toegekend, omdat ervan uitgegaan is dat de functie na een afgeronde HBO-opleiding bestuurskunde/ overheidsmanagement specifieke kennis vraagt waarvoor het diploma BOA (basiskennis recht, formeel en materieel strafrecht en proces-verbaal) is vereist (288 uur). Daarnaast is rekening gehouden met een communicatietraining van 80 uur en een opleiding applicatiebeheer automatisering van eveneens 80 uur. In totaal minder dan 500 uur, waarmee volgens de regeling de score van 1 punt correspondeert.

4.3.1. Appellant meent dat uitgegaan moet worden van 1000 uur of meer, maar hij heeft die stelling niet met concrete gegevens onderbouwd. Nu volgens de regeling bij de bepaling van de studieduur wordt uitgegaan van het werkelijk aantal studie-uren kan appellant echter niet volstaan met het enkel noemen van 1000 uur als zijnde “meer reëel”. In de omstandigheid dat hij als vraagbaak dient, deskundigheid bevordert en vakinhoude-lijke ondersteuning biedt kan die onderbouwing niet worden gevonden. De regeling bepaalt dat studie voor het op peil houden van vakkennis niet in aanmerking wordt genomen. Vergelijking met de urentoekenning van collega’s van wie de functie is ingedeeld in hoofdgroep III gaat niet op nu de indeling in de hoofdgroep en de score voor dit gezichtspunt niet los van elkaar kunnen worden gezien. Voorts is nog van belang dat bij een indeling in hoofdgroep IV de ervaring van circa 3 jaar die nodig is om op dat werk- en denkniveau te kunnen functioneren, niet wordt meegeteld voor de score bij het gezichtspunt functionele vorming. Vergelijking met de score van 2 punten bij de functie consulent sociale zaken gaat mank nu het hier geheel andere functies betreft met andere opleidingseisen. De Raad sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat deze score niet onhoudbaar is.

4.4. Voor het gezichtspunt contact kreeg de functie van appellant 3 punten toegekend, omdat de aard van de contacten wordt bepaald door belangentegenstelling, waarbij de beslissing vastligt; vaak is een machtsmiddel aanwezig. Appellant heeft ook in hoger beroep aangevoerd dat in zijn functie regelmatig sprake is van een controversiële situatie, waarbij een beslissing door onderhandelingen tot stand komt (4 punten), maar met de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant er niet in is geslaagd met voorbeelden duidelijk te maken dat dit inderdaad zo is. Overleg of discussie met collega’s kan niet worden gezien als onderhandeling in de zin van de regeling. De functiebeschrijving die hier als uitgangspunt geldt voor de waardering wijst ook niet in de richting van dit standpunt van appellant.

4.5. Wat betreft de score van 0 punten bij het gezichtspunt leidinggeven sluit de Raad zich ook aan bij hetgeen de rechtbank daarover heeft overwogen. Appellants functie is een coördinerende, maar er is geen sprake van een gezagsverhouding ten opzichte van de twee sociaal rechercheurs van wie hij de werkzaamheden coördineert. Het innemen van verlofkaarten (die door de leidinggevende van appellant moeten worden getekend) en het aannemen van ziekmeldingen kan niet op één lijn worden gesteld met het houden van functioneringsgesprekken of ziekteverzuimgesprekken. Het college heeft de Raad ervan overtuigd dat het door appellant genoemde geval van collega D niet vergelijkbaar is, nu diens functie nog moet worden beschreven en gewaardeerd met toepassing van de regeling.

5. De rechtbank heeft dus terecht geoordeeld dat het bestreden besluit in stand kan blijven, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van M. Lammerse als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2010.

(get.) K. Zeilemaker.

(get.) M. Lammerse.

HD